Uitvoeren

Opvolging van de werken

Om de kosten te drukken, zal de geul waarin de aardwarmtewisselaar moet komen, bij voorkeur op hetzelfde ogenblik als de funderingen gegraven worden (beschikbaarheid van de werfmachines).

Teneinde schade te voorkomen (vervormingen, doorboringen), zullen de buizen zowel tijdens hun vervoer als bij hun plaatsing beschermd worden. Dit zal met plastic afdekfolie gebeuren om te vermijden dat ze door zand of stof vuil zouden worden.

De buizen zullen op een bed van fijn zand met een minimale dikte van 10 cm geplaatst worden. Door dit bed van fijn zand zal een helling van 2% gerealiseerd kunnen worden, deze dient absoluut constant te zijn om elk risico op waterstagnatie te vermijden. Alvorens de geul opnieuw op te vullen, moet door het onder druk plaatsen van de aardwarmtewisselaar bij 50 mbar de goede dichtheid ervan nagegaan worden.

De uitgegraven aarde wordt niet aan een saneringsbehandeling onderworpen en zal ter plaatse bewaard worden om de geul opnieuw dicht te gooien. Vervolgens zal er een laag van 30 cm bevochtigd en verdicht fijn zand aangebracht worden, gevolgd door een waarschuwingsrooster. Het is belangrijk dat het zand goed verdicht wordt rond de buizen om een goede thermische uitwisseling te verzekeren.

Exploitatie, beheer, onderhoud

Ter verzekering van de goede werking en om het risico op ongewenste bacterievorming te vermijden, wordt aanbevolen om de volgende maatregelen te treffen:

  • Een inspectieput ter hoogte van de collector (bij meerdere buizen) en de condensaatbak. In het onderhoudscontract zal opgenomen worden dat de netheid van de ondergrondse buizen en de condensaatbak tweejaarlijks gecontroleerd moet worden.
  • De ondergrondse buizen zullen elke 2 à 5 jaar gereinigd worden (zie de methode voor reiniging van luchtbuizen in de voorziening Ventilatiebuizen)
  • De filter zal regelmatig gecontroleerd en elke 3 à 6 maanden vervangen worden in functie van de buitenomgeving en hoe vuil de filter intussen is geworden.
Bijgewerkt op 14/07/2016