Ontwerp van het mechanische ventilatiesysteem

Anders dan natuurlijke ventilatie biedt mechanische ventilatie betere controle en regeling van het debiet verse lucht. Bovendien kan de verse lucht worden gefilterd.

Locatie van de luchtinlaten

Om de kwaliteit van de verse lucht te bevorderen en het door het ventilatiesysteem overgebrachte geluid te beperken, moet worden gelet op het volgende:

  • Gebruik geen verse lucht vanaf een straat met veel verkeer met het oog op fijne deeltjes en lawaai.
  • Oude lucht moet niet in het gebouw worden aangezogen. Voor de luchtinlaten geldt dus het volgende :
    • ze moeten zich op minstens 3 m van de bodem bevinden (in overeenstemming met de Europese norm EN 13779: 2004) ;
    • ze moeten zich op ruime afstand van de luchtafvoeropeningen van het gebouw zelf of buurgebouwen bevinden ;
    • ze moeten zich lager bevinden dan de luchtafvoeropeningen ;
    • ze moeten zich op ruime afstand van rookafvoeropeningen van de parking of van afvalverzamelpunten bevinden (minstens 8 m volgens de Europese norm EN 13779: 2004) ;
    • ze moeten zich op ruime afstand van de luchtkoeltorens bevinden ;
    • ze moeten zich bij voorkeur richting de heersende windrichting bevinden (in overeenstemming met de Europese norm EN 13779: 2004) ;
  • Zorg ervoor dat de luchtinlaten toegankelijk zijn om te worden gereinigd. Dat onderhoud moet regelmatig plaatsvinden, want de roosters voor luchtinvoer van buiten zijn niet van filters voorzien.

Verder moet in het kader van de reglementen inzake de energieprestaties van gebouwen (EPB) elke luchtopening aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • Ze moet de binnendringing van ongewenste dieren tegengaan ;
  • Ze moet regen buiten houden ;
  • Ze moet permanent zijn, d.w.z. ze moet niet kunnen worden onderbroken door handmatige of automatische elementen die deel uitmaken van het systeem zelf (bijvoorbeeld een vertraging). Ze moet regelbaar zijn (op basis van bijvoorbeeld de bezetting van de vertrekken).

Opmerking:

  • verse lucht komt normaliter rechtstreeks van buiten. Ze kan echter ook uit een aangrenzende niet-verwarmde ruimte komen, mits die is voorzien van openingen die een evenwicht in het debiet in die ruimte mogelijk maken.
  • Voor een systeem van het type D is luchtrecyclage onder de volgende voorwaarden toegestaan:
    • De recyclage gebeurt alleen binnen eenzelfde EPB-eenheid ;
    • Het totale debiet verse lucht van buiten moet gegarandeerd zijn ;
    • Alleen lucht uit een vertrek waar personen verblijven of uit gangen kan worden gerecycleerd.

Door de luchtinlaten op de juiste plaats te installeren kan de installatie van systemen voor de correctie van de luchtkwaliteit of voor geluiddemping worden vermeden.

Er moet op het volgende worden gelet :

  • Gebruik geen verse lucht vanaf een straat met veel verkeer met het oog op fijne deeltjes en lawaai ;
  • Gebruik geen afgevoerde lucht voor de verversing ;
  • Zorg ervoor dat de luchtinlaten toegankelijk zijn om te worden gereinigd

Filtratie

Systemen op basis van mechanische luchttoevoer (B en D) hebben als voordeel dat ze de buitenlucht filteren voordat ze die in de vertrekken distribueren. Zo worden (fijne) deeltjes en stuifmeel.

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen :

  • Grove filters ;
  • Fijne filters ;
  • Absoluutfilters.

Afhankelijk van de gekozen referentienorm voor de beoordeling van de efficiëntie van het filter varieert de benaming als volgt:

  • Filters voor insecten, textielvezels, haar, zand, as, stuifmeel, cement

Type en prestaties van grove filters, beoordeeld via gravimetrie

  • Filters voor stuifmeel, cement, vervuilende deeltjes (stof), ziektekiemen, stof met bacteriën, olierook en samengeklonterd roet, tabaksrook, metaaloxiderook

Type en prestaties van fijne filters, beoordeeld via opacimetrie

  • Filters voor ziektekiemen, bacteriën, virussen, tabaksrook, metaaloxiderook, oliedampen en roet in ontwikkeling, radioactieve deeltjes

Type en prestaties van absoluutfilters. Ze zijn voorwerp van een "DOP"-test

De SICC (Société suisse des ingénieurs en chauffage et climatisation) beveelt het volgende aan:

  • Voor woningen of kantoren zonder airconditioning
    • Een prefilter van het type G3 of G4 ;
    • Een filter van het type F5 tot F7.
  • Voor kantoren met airconditioning:
    • Een prefilter van het type G3 of G4 ;
    • Een filter van het type F5 tot F9.
  • Voor zorgverstrekkingsgebouwen:
    • Prefilter(s) van het type G3 of G4 of F5 of F6 ;
    • Een filter van het type F7 tot F9.

Er moet rekening worden gehouden met het feit dat een grondigere filtratie tot drukverlies leidt en dus een hoger elektriciteitsverbruik en regelmatiger onderhoud met zich mee brengt. Fijne filters van klasse F5 tot F7 (klassering volgens de norm NBN EN 779 [3]) vormen een goed compromis.

De filters moeten minstens eenmaal per maand worden vervangen of mogelijk vaker als ze sterk vervuild raken.

Type warmteterugwinning

Systemen met platen bieden een beter rendement en maken het mogelijk luchtbesmetting via de warmtewisselaar te voorkomen. Vooral in ziekenhuizen is dat belangrijk.

Voor woningen en kantoren hebben warmteterugwinningssystemen met rad als voordeel dat ze de latente warmte opvangen en een beter hygrothermisch comfort bieden. Dit systeem kan in bepaalde gevallen, afhankelijk van de behoefte, de installatie van een bevochtiger overbodig maken.

De doorvoeropeningen

Elke doorvoeropening moet aan de volgende voorwaarden voldoen (EPB-regelgeving):

  • Ze moet een minimumdebiet van 25 m3/u mogelijk maken, of 70 cm2 indien het gaat om een deur met ruimte eronder (behalve in de keuken: daar is het minimum 50 m3/u of 140 cm2) ;

  • Ze moet permanent en niet-blokkeerbaar zijn.

Bevochtiging / vochtonttrekking

Zoveel mogelijk de installatie van actieve bevochtigingssystemen en vooral ontvochtingssystemen vermijden. Overweeg liever de toepassing van passieve technieken:

  • materialen met een goede waterretentie;
  • planten ;
  • de ramen openzetten ;
  • warmtewisselaar met hygroscopisch wiel.

Lien précédent sur Dispositif | Echangeur chaleur

Bij het gebruik van actieve bevochtiging moet worden gelet op het risico op de verspreiding van bacteriën in de bevochtigers (een goed ontwerp en geregeld onderhoud zijn noodzakelijk). Daarentegen, maakt de luchtbevochtiging via verdamping of verstuiving het mogelijk bij te dragen tot de zuivering van de lucht: analoog aan de regen die het stof uit de lucht zuivert, doet het water een aantal zwevende deeltjes in de lucht neerslaan.

Meer informatie in het dispositief | Bevochtiging ontvochtiging

Plus d'informations dans le dispositif | Humidification déshumidification

Regeling

De regeling van het ventilatiedebiet wordt als volgt ontworpen:

Met het oog op de energieprestaties: het strikt noodzakelijke ventilatiedebiet wordt geboden, aangezien elke debiettoename energie kost (elektrisch verbruik van de ventilatoren en indirect verbruik voor de opwarming van de verse lucht)

De voornaamste automatische regelsystemen zijn de volgende:

  • tijdschakelaars om de werkingsduur te programmeren (indien stabiel uurrooster en constante bezettingsgraad) ;
  • CO-detectoren voor autoparkeerplaatsen ;
  • CO2-detectoren om de aanwezigheid van koolstofdioxide en dus van personen waar te nemen ;
  • VOS-detectoren (Vluchtige Organische Stoffen), ook gasmengselsondes of luchtkwaliteitssondes genoemd, gevoelig voor zeer diverse geuren, waaronder die van sigarettenrook ;
  • aanwezigheidsdetectoren met infrarood, gevoelig voor de warmte die door de gebruikers wordt afgegeven ;
  • passagetellers bij de ingang van vertrekken (draaideuren, etc.) ;
  • bewegingstellers met infrarooddetectie ;
  • vochtigheidssondes als verse lucht nodig is om het vocht af te voeren (washok, zwembad, keuken, etc.) ;
  • etc.

Met het oog op het comfort, zodat de gebruikers naar behoefte gebruik kunnen maken van het maximaal door het systeem toegelaten ventilatiedebiet. De gebruikers worden dus waar mogelijk in staat gesteld om af te wijken van de automatische regeling.

Dossier | Een energie-efficiënt ventilatiesysteem ontwerpen

Onderhoudsvriendelijkheid

Vervuiling van de leidingen en de diverse randapparatuur (warmtewisselaar, openingen, filters, ventilatoren enz.) heeft een negatieve impact op de luchtkwaliteit. Het is dus bij het ontwerp van het systeem belangrijk om op de onderhoudsoperaties te anticiperen door:

  • de toegang tot de uitrustingen te vereenvoudigen ;
  • toegangsluiken te voorzien voor de reiniging van de leidingen ;
  • de voorkeur te geven aan eenvoudig demonteerbare uitrustingen (bijvoorbeeld natuurlijke luchtinlaten).

Bij collectieve woningen maakt het beheer van het onderhoud van een dubbelstroomventilatiesysteem integraal deel uit van de reflectie inzake de eventuele centralisatie van het systeem. Een gedecentraliseerd systeem geniet de voorkeur uit energieoogpunt (individuele debietregeling), maar voor de luchtkwaliteit kan een gecentraliseerd systeem beter zijn omdat het regelmatig door de beheerder of door een onderhoudsbedrijf kan worden onderhouden.