Terug naar

Begrippen en indicatoren

Begrippen

Geluidsbron

De geluidsbronnen in het stedelijk milieu zijn talrijk en gevarieerd. Wat stedenbouw betreft, zijn het vooral de permanente bronnen die voortvloeien uit vervoersinfrastructuur die vorm geven aan de geluidsomgeving. Van al deze infrastructuur weegt de weg ongetwijfeld het zwaarst door. We moeten erop wijzen dat het geluid van de verkeerswegen afhankelijk is van vele factoren, zoals intensiteit, samenstelling, snelheid, aard van de verkeersdoorstroming, het gedrag van de automobilist en de wegbedekking.

Stedelijke receptor

Geluidsomgeving

Functies en gevoelige gebouwen

Bufferzone

HVAC-installatiegeluiden

De generieke Engelse omschrijving 'Heating Ventilation Air Conditioning' (HVAC) groepeert verwarmings-, ventilatie- en airco-installaties. Het betreft de voorzieningen waarover de bewoners van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest het meest klagen wat niveau van geluidshinder betreft. De HVAC-installaties vormen problemen omdat ze ofwel met onderbrekingen werken, ofwel dag en nacht, ofwel in combinatie van beide bijzonderheden. De ongemakken zijn ook frequenter in de zomer (airco, open vensters). Het tonale karakter van het geluid dat HVAC's produceren (onder andere te wijten aan het draaien van ventilatoren), vormt een belangrijke hinderfactor. De belangrijkste geluidverwekkende componenten in HVAC-installaties zijn:

  • de compressoren (koelmachine)
  • de ventilatoren :condensatoren, koeltorens, uitrusting die in het algemeen wordt gebruikt in luchtcirculatie. Elk compressortype heeft zijn eigen karakteristieke geluid, dat bestaat uit geluiden van de romp (de mantel van de compressor), de motor, de aandrijving, de pulsatie van de vloeistof die door de koelleidingen tussen de compressor en de warmtewisselaar wordt gepompt:
  • HVAC-installaties gebruiken meestal schroefcompressoren die over het hele geluidsspectrum minder luidruchtig zijn dan zuigercompressoren;
  • in het geval van zuigercompressoren zijn de geluidsbronnen vooral de zuig- en perskleppen die slaggeluiden produceren;
  • bij centrifugale compressoren ontstaat een geluidspiek bij een frequentie die afhankelijk is van de rotatiesnelheid en van het ontwerp van de compressor. We hebben het dan over piekfrequenties. Ventilatoren hebben af te rekenen met zeer veel fysieke fenomenen:
  • turbulentiegeluid heeft te maken met verplaatsing van lucht (breedbandgeluid waarbij mogelijk bepaalde resonanties worden opgewekt zodat piekfrequenties ontstaan),
  • sirenegeluid (voor sommige installatietypes, geluiden met hoofdfrequentie evenredig aan het aantal schoepen en de rotatiesnelheid van de ventilator),
  • rompgeluid (turbulentiegeluid kan worden overgedragen op de romp die dan begint te trillen en geluid uitstraalt naar buiten).

De geluiden van aeraulische oorsprong (sirene, turbulentie) overheersen meestal de mechanische geluiden (motor, lagers, slechte uitlijning ...). Het geluidsniveau van een installatie wordt vaak gemeld op haar technische fiche in de vorm van waarden van geluidsvermogen of waarden van het gemeten geluidsdrukniveau op een welbepaalde afstand en onder welbepaalde weerkaatsingsomstandigheden (meestal in het vrije veld, wat betekent zonder weerkaatsing en bijgevolg onafhankelijk van de inplanting). Deze gegevens kunnen worden gepresenteerd volgens frequentie (onmisbaar voor de technische fiches van de ventilatoren).

Milieuvergunning

Ingedeelde inrichtingen

Maskeringeffect

Tonale overschrijding

Indicatoren

Geluidsmetingen kunnen de geluiden karakteriseren. Er bestaan heel wat wetenschappelijke analysemethodes, parameters en indicatoren om deze te karakteriseren. Deze diversiteit is te verklaren door de complexiteit van het fysieke fenomeen en door de moeilijkheid om de hinder te objectiveren die het individu ervaart. Geluid is een fysiek fenomeen, vooral gekenmerkt door het niveau van akoestische druk en door het samenstellende frequentiespectrum. Deze parameters vormen objectieve geluidscomponenten.

Een performante indicator moet echter niet beperkt blijven tot het karakteriseren van de hinder op basis van het niveau van akoestische druk en een frequentiespectrum. Andere kenmerken vormen parameters die absoluut geïntegreerd moeten worden in een index van hinder. Een voorbeeld: een persoon die gedurende een zekere tijd wordt blootgesteld aan een geluidsbron, 'absorbeert' een 'dosis' geluid die wordt gekenmerkt door de blootstellingsduur. Een hinderindex kan dit kenmerk dus integreren.

We onderscheiden twee grote categorieën geluidsindicatoren, namelijk :

  • de 'globale' indicatoren, die het concept 'gemiddelde' blootstelling over een bepaald tijdsbestek introduceren;
  • de 'evenementiële' indicatoren, die representatief zijn voor akoestische evenementen met een tijdelijk karakter.

Aangaande buurtlawaai en geluid van ingedeelde inrichtingen gebruikt het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de volgende indicatoren :

  • niveau van specifiek geluid (Lsp) : niveau van akoestische druk, eigen equivalent van beschouwde geluidsbronnen (uitgedrukt in dB(A) en gemeten over een periode van minstens tien minuten)

  • piekdrempel (Spte) : Niveau van akoestische druk op een specifiek moment, waarboven het geluid dat door de bronnen wordt opgewekt, als 'evenement' wordt geboekt.

  • aantal evenementen (N) : aantal keren per uur dat het Spte-niveau werd overschreden

  • gebeurtenis : rekenkundig verschil tussen het totale geluidsniveau, gemeten wanneer de beoogde bronnen in werking zijn, en achtergrondgeluid (wanneer deze bronnen niet werken).

Het Geluidsplan Quiet.brussels omvat ook diverse globale indexen die op Europees niveau werden ingevoerd met Richtlijn 2002/49/CE betreffende de evaluatie en het beheer van omgevingsgeluid. Meer bepaald de indicator 'Lden' (gewogen indicator Lday evening night), die het gemiddelde jaarniveau op 24 uur geeft, geëvalueerd vanuit de gemiddelde niveaus voor dag (07.00-19.00 u.), avond (19.00-23.00 u.) en nacht (23.00-7.00 u.).

Bijgewerkt op 01/01/2013