Begrippen en indicatoren

Begrippen

Voor een goed begrip van dit dossier moeten enkele noties worden geïntroduceerd. In het glossarium worden die meer in detail besproken.

In woonvertrekken is de reglementering (met enkele nuanceringen) gebaseerd op de Belgische norm NBN D50-001. Deze norm definieert ook de 4 ventilatiesystemen die hieronder worden gepresenteerd. Kennis van deze systemen is essentieel voor een goed begrip van dit dossier. De toepassing van de systemen in overeenstemming met de norm garandeert de kwaliteit van de installatie.

In vertrekken voor tertiair gebruik is de regelgeving gebaseerd op de Europese norm EN 13779. De termen voor de 4 ventilatiesystemen zijn afkomstig uit de regelgeving voor woonvertrekken, maar ze worden ook regelmatig gebruikt voor de tertiaire sector.

VentilatiesysteemWerkvertrekken (kantoren, werkplaatsen) of woonvertrekken (woonkamers, slaapkamers)Vochtige vertrekken (sanitair, vestiaires, badkamers, keukens…)
Systeem A – Natuurlijke ventilatieToevoer van natuurlijke lucht, bijvoorbeeld door regelbare roosters in het schrijnwerk.Natuurlijke afvoer door verticale schoorstenen.
Systeem B – Mechanische ventilatie met enkele stroom door pulsie Mechanische pulsie.Natuurlijke afvoer door verticale schoorstenen.
Systeem C – Mechanische ventilatie met enkele stroom door extractie Toevoer van natuurlijke lucht, bijvoorbeeld door regelbare roosters in het schrijnwerk.Mechanische afvoer.
Systeem D - DubbelstroomventilatieMechanische pulsie.Mechanische afvoer.

Opmerking: systeem D gecombineerd met warmteterugwinning is noodzakelijk voor gebouwen waarin de passiefstandaard wordt nagestreefd.

© Leefmilieu Brussel

Dit dossier blijft voornamelijk stilstaan bij de systemen met mechanische ventilatie (met name systeem C en D, want systeem B wordt zeer zelden toegepast).

In aanvulling op de hierboven vermelde 4 systemen is er een vijfde systeem dat meer en meer wordt toegepast: hybride ventilatie. Dit is een natuurlijke vorm van ventilatie (systeem A), uitgerust met een mechanisch afvoersysteem dat kan worden ingeschakeld wanneer de "natuurlijke" trek (schoorsteen- en windeffect) onvoldoende debiet oplevert (hygiënisch debiet of nachtelijk ventilatiedebiet).

VentilatiesysteemWerkvertrekken (kantoren, werkplaatsen) of woonvertrekken (woonkamers, slaapkamers)Vochtige vertrekken (sanitair, vestiaires, badkamers, keukens…)
Hybride ventilatieToevoer van natuurlijke lucht, bijvoorbeeld door regelbare roosters in het schrijnwerk of door geautomatiseerde openingen.

Zoveel mogelijk natuurlijke afvoer door verticale schoorstenen.

Indien nodig mechanische afvoer.

Voorbeeld van hybride ventilatie: Betaniënhuis, Zoersel

Bron: Cenergie

  • Hygiënische ventilatie: opzettelijke en gecontroleerde verversing van de lucht in de vertrekken, gerealiseerd om redenen van hygiëne en comfort (verdunning van vervuilende stoffen binnen het gebouw, van vocht, van geurtjes).
  • Intensieve ventilatie: ventilatie om het gebouw in de zomer te koelen (vervanging van warme lucht binnen door frisse lucht van buiten: free cooling, night cooling)
  • Totaal drukverlies van een ventilatiesysteem: volledig verlies van druk als gevolg van de weerstand van de ventilatiegroep en het distributienetwerk tegen de afvloeiing van een bepaald luchtdebiet.
  • Schoorsteeneffect: verticale luchtcirculatie als gevolg van de drukverschillen bovenin en onderin het gebouw.
  • Windeffect: horizontale luchtcirculatie als gevolg van de drukverschillen tussen de gevel die aan de wind is blootgesteld (hoge druk) en de van de wind afgeschermde gevel (lage druk).
  • Free cooling: een fris "briesje" in het gebouw wanneer er mensen aanwezig zijn doordat de vensters zijn geopend.
  • Night cooling: intensieve ventilatie 's nachts via frisse lucht van buiten. De thermische massa koelt door deze intensieve luchtverversing af. Deze koelte wordt gedurende de dag geleidelijk aan de omgevingslucht afgegeven.

Indicatoren

De indicatoren zijn objectieve parameters die bij de behandelde thematiek horen en waarmee de prestaties van het project (of de voorziening) kunnen worden geëvalueerd.

Bij hygiënische ventilatie van een gebouw worden drie hoofdindicatoren toegepast:

Het warmteterugwinningsrendement : dit wordt berekend volgens de norm NBN EN 308 en uitgedrukt in %. Op basis hiervan kan de hoeveelheid energie worden bepaald die uit de afgevoerde lucht wordt teruggewonnen. Onrechtstreeks wordt hier ook mee aangegeven hoeveel energie op het verwarmingsverbruik kan worden bespaard.

De SFP (Specific Fan Power) : deze indicator komt overeen met de hoeveelheid energie die een ventilator nodig heeft om een bepaald luchtdebiet te leveren. Hij wordt uitgedrukt in W/(m³/s).

De luchtdichtheidsklasse van het ventilatiesysteem zoals vermeld in de norm EN 13779 : deze klasse definieert het maximale luchtlekkageniveau onder specifieke testomstandigheden, uitgedrukt in l.m²/s. Om het uiteindelijke hygiënische debiet te garanderen, moet de niet-luchtdichtheid van het systeem worden gecompenseerd door een hoger startdebiet. Een systeem met een slechte luchtdichtheid vereist dus een groter debiet, met een hoger energieverbruik tot gevolg.

Bijgewerkt op 01/01/2013