Labeling/certificering

Certificering BREEAM 2013

BREEAM “New Construction” 2013 – MAN 03 Construction site impacts

Bevordering van een milieuverantwoord beheer van de werken, wat betreft het gebruik van hulpbronnen (hout, bouwmaterialen en afval), het verbruik van water en energie en verontreiniging.

  • Een 1 e credit is gericht op de verzameling van de gegevens met betrekking tot het energieverbruik van de bouwapparaten en -machines op de werf, de vaste of mobiele uitrustingen (werfketen ...);
  • Een 2 e credit is gericht op de verzameling van de gegevens met betrekking tot het drinkwaterverbruik in verband met de activiteiten op de werf. Regenwater of gerecycleerd water dat wordt gebruikt op de werf, wordt gevaloriseerd in deze credit;
  • Een 3 e credit is gericht op de verzameling van de gegevens met betrekking tot het transport van materialen, zowel naar de site (nieuwe materialen, transport vanuit de fabriek) als vanaf de site (afval);
  • Een 4 e credit vereist dat al het hout dat wordt gebruikt op de werf, afkomstig is van duurzame exploitatie;
  • Een laatste credit valoriseert elk milieumanagementsysteem van de ondernemingen (MMS) dat wordt toegepast door de ondernemingen die aanwezig zijn op de werf.

Certificering HQE 2013

Doel 3 – Werken met een geringe impact op het milieu

De organisatie van werken met een geringe impact op het milieu wordt vastgesteld en gedetailleerd in een handvest rond “Duurzame werken”. Dit handvest bevat de maatregelen die moeten worden genomen voor de organisatie van werken die weinig hinder veroorzaken: lawaai, machineverkeer, visuele hinder, sortering en terugwinning van het afval, voorstelling van de geschikte faciliteiten, traceerbaarheidsmiddel, controle van de procedures ... Dit handvest bevat in het bijzonder de volgende elementen:

  • de moeilijkheden om tussenbeide te komen op een site die in gebruik is,
  • de principes met betrekking tot het verloop van de werken,
  • het algemeen kader dat het mogelijk maakt om de impact van de werken maximaal te beperken: de inplanting van de verschillende ruimten op de werf, het beheer van de stromen in de directe omgeving, het afvalbeheer in het kader van een kwalitatieve sorteerlogica, de beheersing van de hinder en de verontreiniging op de site, de voorlichting van de metgezellen over alle groene aspecten van de werken.

Concreet voorziet dit doel de realisatie van de volgende elementen:

  • de aanwijzing van een milieucoördinator die alle groene aspecten van de werken moet controleren;
  • een grondige werfinstallatie wat de veiligheid van de mensen en de netheid van de werken betreft:

    • wielwasplaatsen aan de uitgang van de werf,
    • opslagzones met de juiste afmetingen,
    • sorteerbakken onder de verschillende kraanzones,
    • beheer van het betonafvalwater, koolwaterstoffen, enz.;
  • afvalbeheer, met inbegrip van een opvolging van de opruiming van al het werfafval en van het einde van de levensduur ervan;
  • beperking van de hinder:

    • tijdsblokken voor lawaaierige werken,
    • organisatie van het werfverkeer,
    • beheer van gevaarlijke producten of stoffen die het water, de bodem en de lucht verontreinigen,
    • preventie van gezondheidsrisico's (aspergillose, legionellose en via water overdraagbare infecties),
    • bescherming van de biodiversiteit, enz.;
  • beperking van het energie- en waterverbruik op de werf: meters, zuinige systemen, enz.;
  • voorlichting en sensibilisering van het werfpersoneel en de buurtbewoners.
Bijgewerkt op 19/12/2017