WEL01 - Plancher porteur léger_top

Voorziening | Akoestiek van een dragende lichte vloer

Akoestiek van een dragende lichte vloer

© yoshi0511 / Shutterstock.com

Een lichte draagvloer bestaat uit dragende balken waarop platen worden aangebracht. Deze draagvloer moet isoleren tegen lucht- en contactgeluiden. Deze isolatie hangt met name af van de luchtdichtheid en van het type ophanging, maar ook van het ontwerp zelf van de vloer. Om de geringe massa van het hout te compenseren, moeten meerdere lagen worden aangebracht, langs de onderzijde, langs de bovenzijde of in de opbouw, waarbij op de contactpunten wordt gelet.

Een vloer wordt opgebouwd uit een dragende structuur, waarop een verdere opbouw (vb. uitvullaag, zwevende chape (gegoten zwevende chape of Lichte/droge zwevende chape), verhoogde vloer,...) en vloerafwerking wordt voorzien. De dragende structuur kan zowel een massieve, als een lichte constructie zijn. Daarnaast kan de dragende structuur ook opgebouwd zijn als een ontdubbeld systeem.

Lichte vloeren zijn opgebouwd uit dragende balken (meestal hout) waarop en waaronder plaatmateriaal wordt aangebracht.

Lichte vloerconstructies dienen enerzijds een zekere luchtgeluidsisolatie en anderzijds een zekere contactgeluidisolatie te realiseren tussen verschillende ruimten.

Lichte constructies brengen geen extra belasting op de structuur met zich mee, wat zich tot alle situaties leent (zowel verbouwing/renovatie als nieuwbouw). In nieuwbouw projecten worden lichte vloeren minder frequent toegepast, tenzij in een volledig houtskeletbouwconcept of omwille van de uitstraling gewenst. Lichte constructies zijn minder solide dan massieve vloeren, waardoor ze minder geschikt zijn voor industriële toepassingen, of andere toepassingen waar een zekere impactbestendigheid gewenst is.

image01

(Bron: Leefmilieu Brussel)

Hoe kan men een lichte draagvloer opwaarderen?

De akoestische prestaties van een lichte vloer steunen op het massa-veer-massa principe.

Het schema hieronder geeft een algemeen beeld weer van de mogelijke verbeteringen, zowel aan de boven- als de onderzijde van een lichte draagvloer door er bijvoorbeeld een zwevende dekvloer (gegoten zwevende chape en Lichte/droge zwevende chape) en een verlaagd plafond aan toe te voegen. De volgende paragrafen geven voorbeelden weer van isolatie aan de bovenzijde, aan de onderzijde en in de vloeropbouw.

image02
  1. Goede kierdichting. (LET OP!! krimping van materialen veroorzaken kieren)
  2. Een gesloten plafond van een zwaar en slap materiaal.
  3. Een ophanging van het plafond aan de vloerbalken die zo min mogelijk geluid overdraagt, of indien mogelijk bij voorkeur een vrijdragend plafond.
  4. Voldoende afstand (spouwwijdte) tussen vloerhout en plafond of (bij renovatie) tussen oud en nieuw plafond.
  5. Geluidsabsorberend materiaal in de hierboven genoemde spouwwijdte.
  6. Een verende laag tussen de (bestaande) houten vloer en de dekvloer.
  7. Zo min mogelijk geluidsoverdracht via aansluitende constructies.

Principes lichte vloer (Bron: Berkela)

De lucht- en contactgeluidisolatie van een standaard lichte vloeropbouw waarbij het plaatmateriaal boven en onder de balken rechtstreeks bevestigd wordt aan de balken is beperkt. Een lichte vloer zal aldus steeds verbeterd dienen te worden door de structuur te ontdubbelen, waarbij contacten tussen bovenste en onderste massa van het massa-veer-massa principe zoveel mogelijk worden vermeden.

Hoe kan men de lichte draagvloer aan de onderzijde opwaarderen?

Een gesloten plafond van een zwaar en slap materiaal

Een standaard lichte vloeropbouw is opgebouwd uit houten balken, waarbij het plaatmateriaal boven en onder de balken rechtstreeks bevestigd wordt aan de balken. De onderbeplating kan aangevuld worden met of vervangen worden door een verlaagd plafond (zie voorzieningen Plafond suspendu, Plafond suspendu antivibratile et Plafond autoportant).

  • Hoe zwaarder dit plafond/onderbeplating, hoe groter de verbetering zal zijn.

    De geluidisolatie voor eenzelfde opbouw kan beperkt verbeterd worden door meer massa toe te voegen, d.w.z. door meerdere of zwaardere platen te voorzien.

    Elke fabrikant heeft verschillende beplatingen in zijn gamma: gewone, zwaardere, brandwerende, inbraakwerende, vochtbestendige,... Qua geluid speelt vooral de massa van deze platen een rol. Hoe zwaarder, hoe beter.

    Gelijkaardige wandsystemen (gipsvezelplaten) hebben een hogere densiteit van de platen en geven eveneens hogere resultaten.

    Daarnaast kan een plaat ook verzwaard worden door er een staalplaat of loodslab op aan te brengen.

  • Buigslappe materialen (vb. gipskarton) hebben een erg hoge kritieke frequentie, wat tot betere resultaten leidt dan meer starre materialen (vb. MDF).

    Wanneer gipskartonplaten vervangen worden door houten platen (vb. multiplex, OSB,...) verzwakt de geluidisolatie in beperkte mate. Gipskarton heeft de eigenschap erg buigslap te zijn. Hierdoor heeft gipskarton een erg hoge kritieke frequentie die buiten het bouwakoestische gebied valt. Hout is minder buigslap en heeft aldus een lagere kritieke frequentie die de geluidisolatie verzwakt.

image03image04image05

(links) Basis (onder- en bovenbeplating) – (middel) Onderbeplating aangevuld met verlaagd plafond – (rechts) Onderbeplating vervangen door verlaagd plafond
Verlaagd plafond (Bron: Gyproc)

De ophanging van het plafond aan de vloerbalken

Bij een standaard lichte vloeropbouw opgebouwd uit houten balken, waarbij het plaatmateriaal boven en onder de balken rechtstreeks bevestigd wordt aan de balken, vindt de geluidsoverdracht in hoofdzaak plaats via de balken. Indien het plafond volledig los opgehangen wordt, vindt de geluidoverdracht voornamelijk plaats via de spouw.

image06    image07

Geluidoverdracht via de balken (links) en via de spouw (rechts) (Bron: Brussel Leefmilieu, volgens Ministerie van VROM (geluidsisolatie in hsb woningen, 1986)

Hoe minder contacten en hoe soepeler deze contacten, hoe betere de geluidisolatie. Idealiter wordt het verlaagde plafond onafhankelijk van de balkenstructuur opgehangen tussen de wanden. Dit is echter niet steeds mogelijk. In dat geval dient de trillingsoverdracht zo sterk mogelijk gereduceerd te worden door aangepaste bevestiging, vb. houten stijl en regelwerk, metalen veerregels, trillingsdempende profielen, vilt-houtregel,... (zie voorzieningen Plafond suspendu, Plafond suspendu antivibratile et Plafond autoportant).

image08_nl

Ophanging plafond (Bron: Ministerie van VROM ( geluidsisolatie in hsb woningen ,1986 via Berkela)

image09

Rechtstreekse bevestiging

image10

Bevestiging op houten stijl en regelwerk

image11

Bevestiging op veerregels

image12image13

Bevestiging via trillingsdempende profielen

Ophanging plafond (Bron: Gyproc)

Hoe kan men de lichte draagvloer in de vloeropbouw opwaarderen?

Voldoende afstand (spouwwijdte) tussen vloerhout en plafond

Hoe breder de spouw, hoe lager de kritieke frequentie van het massa-veer-massasysteem), wat resulteert in een betere geluidisolatie.

Bij laagfrequente toepassingen, is het om deze reden in sommige gevallen te verkiezen de onderbeplating te vervangen door een verlaagd plafond ipv een bijkomend verlaagd plafond aan te brengen.

Geluidabsorberend materiaal in de spouw

Wanneer de spouw gevuld wordt met soepele isolatie (rotswol of minerale wol), kan een hogere geluidisolatie gerealiseerd worden. Deze rotswol heeft verschillende functies:

  • enerzijds worden de spouwresonanties bij de hogere frequenties geabsorbeerd, waardoor de geluidisolatie bij deze frequenties minder sterk terugvallen;
  • en anderzijds zorgt de isolatie ervoor dat het effect van eventuele geluidlekken door stopcontacten, lichtschakelaars, nagels om iets te bevestigen,... gereduceerd wordt.

Het type soepele isolatie speelt slechts een beperkte rol, alsook de volledige of gedeeltelijke vulling van de spouw.

Hoe kan men de lichte draagvloer aan de bovenzijde opwaarderen?

Een verende laag tussen houten vloer en verdere vloeropbouw

Een standaard lichte vloeropbouw is opgebouwd uit houten balken, waarbij het plaatmateriaal boven en onder de balken rechtstreeks bevestigd wordt aan de balken.

  • Ofwel wordt een verdere opbouw gekozen die soepel op de bovenbeplating wordt opgelegd:

  • Ofwel wordt de bovenbeplating zelf soepel opgelegd door soepele stroken aan te brengen tussen balken en beplating. 

image14

Isolatie aan de bovenzijde en tussen de draagelementen (soepele stroken tussen balken en beplating) (Bron: Leefmilieu Brussel)

  1. Plint aan de muur vast en los van de vloer
  2. Soepele scheidingsstrook
  3. Tochtstrip met siliconestopverf
  4. Vloerbekleding
  5. Dunne flexibele onderlaag voor houten vloer
  6. OSB-vloerpanelen 22 mm in zwevende laag (= massa)
  7. Soepele scheidingsstrook
  8. Absorberend materiaal
  9. Bestaande vloerbalk
  10. Bestaand stucplafon

Zo min mogelijk geluidsoverdracht via aansluitende constructies

Aansluitende constructies kunnen enerzijds het geluid overbrengen van de ene ruimte naar de andere (nevenwegen), maar anderzijds ook de ontdubbeling van houten vloer kortsluiten door verschillende onderdelen van de ontdubbelde lichte structuur met elkaar te verbinden.

Bij lichte vloeren spelen de nevenwegen via flankerende massieve constructies een belangrijke rol voor de luchtgeluidisolatie, doordat de energie van de nevenweg zich enkel in de massa van de flankerende wand kan verdelen en niet in de massa van de vloer, zoals bij massieve vloeren het geval.

Onderstaande tabel geeft een indicatie van het effect van nevenwegen op de totale luchtgeluidisolatie tussen twee boven elkaar gelegen ruimten van 4,5 m x 4,5 m x 3 m met een lichte houten vloer tussenbeide. De globale geluidisolatie wordt aangegeven in functie van de geluidisolatie van de vloer en de nevenwegen. Hieruit blijkt dat bij een erg goede lichte vloer (meest rechtse kolom: gewogen geluidsverzwakkingsindex R w van de vloer = 65 dB), de totale geluidisolatie kan terugvallen tot ca. 42 dB bij flankerende wanden in 14 cm baksteen en tot ca. 51 dB bij flankerende wanden in 19 cm volle beton. Betere resultaten kunnen enkel bereikt worden door voorzetwanden te voorzien langsheen de flankerende wanden. 

image15_nl

Effect nevenwegen  op totale geluidisolatie tussen twee boven elkaar gelegen ruimten van 4,5 m x 4,5 m x 3 m met een houten vloer tussenbeiden (oppervlaktemassa van de houten vloer = 30 kg/m²) (Bron: WTCB, WTCB-Tijdschrift 2001/01)

Nevenwegen dienen aldus steeds in rekening gebracht te worden bij de bepaling van de luchtgeluidisolatie van lichte vloeren. Bij de contactgeluidisolatie zijn deze nevenwegen verwaarloosbaar, aangezien de trillingsoverdracht van lichte vloeren naar flankerende massieve wanden beperkt is.

Kan men gebruik maken van geprefabriceerde elementen?

Vanuit de sector van houtskeletbouw komen ook enkele houten vloerelementen die geprefabriceerd worden in de fabriek.

Dit zijn houten elementen waarbij bovenbeplating en onderbeplating rechtstreeks bevestigd zijn aan de houten balkenstructuur. Zo worden elementen gevormd die kunnen gecombineerd worden tot vloerplaten. Deze elementen kunnen verzwaard worden om de geluidisolatie te verbeteren, of geperforeerd uitgevoerd worden en gevuld met rotswol om de akoestiek van de ruimte te verbeteren.

Houten vloerelementen

image16    image17

Standaard uitvoering (Bron: Lignatur)

image18    image19

Verzwaarde uitvoering (Bron: Lignatur)

image20    image21

Geperforeerde uitvoering (Bron: Lignatur)

Welke waarden beoogt men in de praktijk voor een lichte draagvloer?

De lucht- en contactgeluidisolatie van lichte vloeren is afhankelijk van:

  • de opbouw,
  • de luchtdichtheid,
  • de type en ophanging plafond,
  • de spouwbreedte en vulling,
  • en verdere vloeropbouw.

Gezien vaak geen standaardoplossingen beschikbaar zijn, dient de geluidisolatie telkens berekend te worden.

Onderstaande tabellen geven een indicatie van enkele opbouwen. De verschillende opbouwen van verschillende bronnen zijn licht verschillend, waardoor ook de waarden voor een ogenschijnlijk zelfde opbouw licht verschillend is bij verschillende bronnen.

De volgende tabel geeft de orde van grootte weer van de behaalde prestaties door het gieten van een zwevende dekvloer op een basisvloer. De prestaties worden opgegeven

  • voor de luchtgeluidswaarden, door de gewogen geluidsverzwakkingsindex Rw (C; Ctr): hoe hoger deze waarde, hoe performanter de vloer;
  • voor de contactgeluiden, door het gewogen drukniveau van het genormaliseerde contactgeluid Ln,w  (Cl): hoe lager deze waarde, hoe performanter de vloer.

De twee beoordeelde basissituaties zijn:

  • Vloeropbouw (met onderbeplating)
  • Vloeropbouw (zonder onderbeplating)

Het verloop tussen de aangebrachte verbeteringen en de basissituaties staat tussen haakjes.

De gebruikte mineralen zijn afgebeeld in de legende hieronder.

?Nouveau document?

Opbouw

Luchtgeluidisolatie (Rw (C; Ctr ))

[dB]

ontactgeluidisolatie (Ln,w (Cl ))

[dB]

Basis
image23
  • Balkenlaag
  • Planken met slechts kierdichting
< 25 (0; -1)> 92 (-3)
image24
  • Balkenlaag
  • OSB platen 18 mm
25 (0; -1)92 (-3)
Verbetering door enkele aan de onderzijde in te grijpen
image25
  • Balkenlaag
  • OSB platen 18 mm
  • Onafhankelijk verlaagd plafond in gipskarton

≈ 44 (-2; -6)

(≈ Rw basis + 19)

68 (0)

(= Ln,w basis – 24)

image26
  • Balkenlaag
  • OSB platen 18 mm
  • Onafhankelijk verlaagd plafond in gipskarton met minerale wol in vide

≈ 51 (-2; -6)

(≈ Rw basis + 26)

66 (0)

(= Ln,w basis – 26)

Verbetering door enkel aan de bovenzijde in te grijpen (met onderbeplating)
image27
  • Balkenlaag
  • OSB platen 18 mm
  • Rechtstreeks bevestigd plafond in gipskarton

39 (-2; -6)

(= Rw basis + 14)

81 (-1)

(= Ln,w basis – 11)

image28
  • Balkenlaag
  • OSB platen 18 mm
  • Zwevende droge dekvloer
  • Rechtstreeks bevestigd plafond in gipskarton

45 (-3; -10)

(= Rw basis + 20)

73 (3)

(= Ln,w basis – 19)

image29
  • Balkenlaag
  • OSB platen 18 mm
  • Zwevende droge dekvloer
  • Rechtstreeks bevestigd plafond in gipskarton met minerale wol in vide

47 (-2; -9)

(= Rw basis + 22)

70 (3)

(= Ln,w basis – 22)

image30
  • Balkenlaag
  • OSB platen 18 mm
  • Zwevende droge dekvloer met OSB plaat bovenop
  • Rechtstreeks bevestigd plafond in gipskarton

46(-1; -11)

(= Rw basis + 21)

71 (2)

(= Ln,w basis – 21)

image31
  • Balkenlaag
  • OSB platen 18 mm
  • Gipskartonplaat bovenop
  • Zwevende dekvloer 4 à 6 cm beton op zwaluwstaartprofiel, steunend op balken met rotswol tussenbeide
  • Rechtstreeks bevestigd plafond in gipskarton

≈ 55 (-2; -7)

(≈ Rw basis + 30)

61 (3)

(= Ln,w basis – 31)

image32
  • Balkenlaag
  • OSB platen 18 mm
  • Softboard platen 18 mm
  • OSB platen
  • Rechtstreeks bevestigd plafond in gipskarton met minerale wol in vide

≈ 52 (-3; -11)

(≈ Rw basis + 27)

66 (-5)

(= Ln,w basis – 26)

image33
  • Balkenlaag
  • Zwevende dekvloer 4 à 6 cm beton op zwaluwstaartprofiel, steunend op balken met rotswol tussenbeide
  • Rechtstreeks bevestigd plafond in gipskarton

54 (-2; -8)

(= Rw basis + 29)

66 (-5)

(= Ln,w basis – 26)

Verbetering door enkel aan de bovenzijde in te grijpen (zonder onderbeplating)
image34
  • Balkenlaag
  • OSB platen 18 mm
  • Zwevende droge dekvloer

38 (-1; -5)

(= Rw basis + 13)

77 (0)

(= Ln,w basis – 15)

image35
  • Balkenlaag
  • OSB platen 18 mm
  • gipskartonplaat bovenop
  • Zwevende dekvloer 4 à 6 cm beton op zwaluwstaartprofiel, steunend op balken met rotswol tussenbeide

48 (-1; -5)

(= Rw basis + 23)

66 (-1)

(= Ln,w basis – 26)

image36
  • Balkenlaag
  • zwevende dekvloer 4 à 6 cm beton op zwaluwstaartprofiel, steunend op balken met rotswol tussenbeide

37 (-1; -3)

(= Rw basis + 12)

92 (-11)

(= Ln,w basis)

Verbetering door aan de boven – en onderzijde in te grijpen
image37
  • Balkenlaag
  • OSB platen 18 mm
  • Zwevende droge dekvloer
  • Onafhankelijk verlaagd plafond in gipskarton met minerale wol in vide

≥ 59 (-2;-3)

(≥ Rw basis + 34)

53 (0)

(= Ln,w basis – 39)

image38
  • Balkenlaag
  • OSB platen 18 mm
  • Zwevende droge dekvloer
  • Parket (2x18 mm)
  • Onafhankelijk verlaagd plafond in gipskarton met minerale wol in vide

> 65 (-2; -7)

(> Rw basis + 40)

47 (1)

(= Ln,w basis – 45)

image39
  • Balkenlaag
  • OSB platen 18 mm
  • Gipskartonplaat bovenop
  • Zwevende dekvloer 4 à 6 cm beton op zwaluwstaartprofiel, steunend op balken met rotswol tussenbeide
  • Onafhankelijk verlaagd plafond in gipskarton

> 65 (-2;-7)

(> Rw basis + 40)

47 (1)

(= Ln,w basis – 45)

image40
  • Balkenlaag
  • OSB platen 18 mm
  • Gipskartonplaat bovenop
  • Zwevende dekvloer 4 à 6 cm beton op zwaluwstaartprofiel, steunend op balken met rotswol tussenbeide
  • Onafhankelijk verlaagd plafond in gipskarton met minerale wol in vide

> 65 (-2; -7)

(> Rw basis + 40)

46 (1)

(= Ln,w basis – 46)

image41
  • Balkenlaag
  • OSB platen 18 mm
  • Veerregels waartussen minerale wol in vide
  • Parket (2x18 mm)
  • Onafhankelijk verlaagd plafond in gipskarton met minerale wol in vide

> 65 (-2; -7)

(> Rw basis + 40)

50 (1)

(= Ln,w basis – 42)

image42
  • Balkenlaag
  • OSB platen 18 mm
  • Softboard
  • Parket (2x18 mm)
  • Onafhankelijk verlaagd plafond in gipskarton met minerale wol in vide

> 65 (-2; -7)

(> Rw basis + 40)

54 (0)

(= Ln,w basis – 38)

Indicatie lucht- en contactgeluidisolatie lichte vloeropbouwen (Bron: WTCB , WTCB-Tijdschrift 2001/01)

Toepassing woningbouw

Om in een appartementsgebouw het normale comfort (cf. NBN S01-400-1), qua luchtgeluidisolatie te realiseren, is steeds een trillingsdempend onderhangend plafond, bij voorkeur zelfs een vrijdragend plafond, nodig met minstens een dubbele beplating.

On ook aan het normale comfort (cf. NBN S01-400-1) qua contactgeluidisolatie te voldoen is ofwel een traditionele zwevende dekvloer noodzakelijk ofwel een combinatie van een verlaagd plafond en een lichte verdere vloeropbouw soepel opgelegd (vb. zwevende lichte/droge vloer of soepele vloerafwerking). Met enkel een lichte verdere vloeropbouw soepel opgelegd of enkel een verlaagd plafond kan niet aan de eisen voldaan worden.

Waarop moet worden gelet bij de uitvoering van een lichte draagvloer?

De globale akoestische kwaliteit wordt bepaald door zijn zwakste elementen. Daarom dient men er voor te zorgen dat er geen verzwakkende elementen aanwezig zijn in de constructie. Dit betekent:

  • Inbouwspots in geluidisolerende verlaagde plafonds zijn toegelaten, maar men dient ze in aantal te beperken. In situaties waar verhoogde geluidisolatie gewenst is, kunnen mogelijks akoestische inbouwdozen voorzien worden.
  • Indien geen spouwvulling werd voorzien, zullen openingen (vb. inbouwspots, ventilatievoorzieningen,...) een grotere verzwakking van de globale akoestische kwaliteit veroorzaken dan wanneer een spouwvulling werd voorzien. Het is daarom aan te raden eerder voor een opbouw met spouwvulling te kiezen dan voor een opbouw zonder.
  • Bij een enkele beplating bestaat de kans dat de voegen slechts oppervlakkig worden afgedicht, waardoor ter plaatse van de voegen kleine geluidlekjes ontstaan. Bij een dubbele beplating die overlappend wordt aangebracht wordt steeds een goede voegdichting verzekerd. Het is daarom aan te raden eerder voor een dubbele beplating te kiezen dan voor een enkele. 
  • Doorboringen (vb. kanalen, constructie-elementen, ...) doorheen de lichte vloer zijn te vermijden en indien onvermijdelijk zo luchtdicht mogelijk afgewerkt te worden. Steeds moet gegarandeerd worden dat de gekozen opbouw ook aan de aansluitingen wordt gerealiseerd. Dit wil zeggen dat bij een opbouw met dubbele beplating en spouwvulling, ook aan de afwerking van de aansluitingen overal twee gipskartonplaten voorzien moeten worden en de spouw dient gevuld te worden. De ruimte tussen de doorvoeropening en het doorvoerende element is zo klein mogelijk en steeds gedicht met een soepel materiaal om eventuele trillingsoverdracht te vermijden.
  • Zoals hierboven aangegeven dient steeds een betere opbouw gekozen te worden dan men theoretisch nodig heeft om het gewenste akoestische comfort in situ te realiseren.
  • Luchtdichtheid: Bij lichte constructies is de luchtdichtheid erg belangrijk. Voornamelijk wanneer ook voor een lichte verdere vloeropbouw wordt gekozen, is deze luchtdichtheid een gevoelig punt. Kieren, aansluiting, doorboringen dienen zorgvuldig en luchtdicht afgekit te worden.

Bestek

In het bestek dienen volgende zaken opgelegd te worden naar de aannemer toe (afhankelijk van type bestek):

  • Criteria luchtgeluidisolatie in situ (gewogen gestandaardiseerde geluidsisolatie DnT,w ) te realiseren tussen verschillende ruimten eventueel met gepaste aanpassingstermen C of Ctr
  • Criteria contactgeluidisolatie in situ (gewogen gestandaardiseerde contactgeluidsdrukniveau L'nT,w ) te realiseren tussen de verschillende ruimten
  • Minimale luchtgeluidisolatie van de vloerplaat in labo (akoestische gewogen verzwakkingsindex voor luchtgeluid Rw ) (cf. NBN EN ISO 10140-2) eventueel met gepaste aanpassingstermen C of Ctr
  • Beschrijving opbouw

Meer weten

In de Gids

Voor meer informatie met betrekking tot het onderwerp:

Andere publicaties van Brussel Leefmilieu

Websites

Bibliografie

  • Blasco, M. (2012), Bouwakoestiek: Een handleiding voor de architect, NAV vzw, Brussel

  • Fasold, Sonntag (1978), Bauphysikalische Entwurfslehre Band 4 : Bauakustik, Verlag für Bauwesen, Berlijn (in het Duits)

  • Hamayon, L. (2013), Réussir l'acoustique d'un bâtiment, Le Moniteur, Antony (in het Frans)

  • Rossing, T.D. (2007), Springer handbook of Acoustics, Springer, New York (in het Engels)

  • Vermeir, G. (2009), Lawaaibeheersing: cursustekst, Faculteit Toegepaste Wetenschappen KULeuven, Acoo, Leuven

  • WTCB (2001), Geluidisolatie van houten vloeren, WTCB-Tijdschrift 2001/01, lente 2001

Normen

  • Norm NBN EN ISO 10140-2: Geluidsleer - Laboratoriummeting van geluidisolatie van bouwelementen - Deel 2: Meting van luchtgeluidsisolatie
  • Norm NBN S01-400-1: Akoestische criteria voor woongebouwen

bijgewerkt op 11/04/2017

Code n° : G_WEL01 - Thema's : Welzijn, comfort & gezondheid - Andere thema's : Akoestiek - Gerelateerde project components : Vloerplaat