image_test

Voorziening | Akoestiek van een verplaatsbare wand

Akoestiek van een verplaatsbare wand

© fds.be

Met deze lichte wanden kan een ruimte in gebruik gemakkelijk worden heringericht en kunnen verschillende ruimten worden geïsoleerd tegen luchtgeluiden. Paneelwanden, vouwwanden, glaswanden of rolgordijnen: het geluidsisolatieniveau hangt voornamelijk af van het materiaal waaruit de wanden bestaan.

Deze wanden mogen niet worden verward met systeemwanden, die minder flexibel zijn en niet zo vaak kunnen worden verplaatst.

Welke invloed oefenen systeemwanden uit op de akoestiek?

De geluidisolatie van mobiele wanden kan op verschillende manieren gerealiseerd worden, vb. door het aanbrengen van massa, door een massa-veer-massa systeem,... De geluidisolatie wordt in labo getest en aangegeven in de productfiche onder de parameter R w (akoestische verzwakkingsindex voor luchtgeluid).

In welke gevallen opteert men voor mobiele wanden?

  • Mobiele wanden worden in de eerste plaats voorzien in situaties waarbij de ruimte-indeling flexibel dient aangepast te kunnen worden bij gebruik van de ruimte.
  • Lichte constructies brengen geen extra belasting op de structuur met zich mee, wat zich tot alle situaties leent (zowel verbouwing/renovatie als nieuwbouw ).
  • Mobiele wanden worden meestal toegepast in de tertiaire sector , vb. vergaderruimten in kantoorgebouwen en in allerlei polyvalente situaties , vb. polyvalente zalen in gemeentehuizen, kantoorgebouwen, sportruimten,... Sommige toepassingen zijn evenwel geschikt voor woningen, zoals weergegeven in de foto hieronder.

image02

Mobiele wand op woning toegepast (Bron: Objectif Silence)

Welke types mobiele wanden zijn er?

In grote lijnen kunnen volgende types onderscheiden worden:

  • paneelwanden,
  • vouwwanden,
  • glaswanden,
  • verticale vouwwand,
  • verticale rolgordijnen.

Paneelwanden

Deze wanden bestaan uit een aantal afzonderlijke panelen die aan een plafondrail ophangen en zo verschoven kunnen worden. Om een wand te vormen kunnen de panelen tegen elkaar gedrukt en vergrendeld worden. Wanneer de wand wordt geopend, kunnen de panelen opzij geschoven worden volgens verschillende configuraties (zie hieronder).

De geluidswering wordt meestal gewaarborgd door uitschuifbare hermetische afdichtingen boven- en onderaan de panelen, door verticale geluidswerende rubberafdichtingen langs de zijkanten en door de opbouw van het paneel zelf.

Afhankelijk van de paneelsamenstelling (zie fabrikanten) kan een geluidisolatie (gewogen geluidsverzwakkingsindex R w ) van ca. 35 dB tot ca. 60 dB gerealiseerd worden in laboratorium.

image03    image04

Paneelwanden : (links) sluitingsmechanisme – (rechts) opbergconfiguraties (Bron : HUFCOR )

image05

Paneelwanden (Bron: HUFCOR )

image06    image07    image01

Paneelwanden (Bron: FDS )

Vouwwanden

Een vouwwand bestaat uit afzonderlijke panelen die met scharnieren aan elkaar verbonden zijn. De panelen kunnen

  • ofwel over een vloerrailsysteem lopen, waarbij ze bovenaan in een rail aan het plafond geleid worden, op deze manier wordt het gewicht onderaan gedragen en is geen dragende bovenconstructie nodig;
  • ofwel kunnen de panelen ook opgehangen worden aan een plafondrail en gelid worden via een rail in de vloer.

De scharnierende panelen worden tegen elkaar gedrukt en vastgeklikt.

De geluidswering wordt meestal gewaarborgd door rubberen afdichtingsprofielen aan de onder- en bovenzijde van de wand en door de opbouw van het paneel zelf. Doordat het paneel niet kan opgespannen worden, is de geluidisolatie beperkt.

Afhankelijk van de paneelsamenstelling (zie fabricanten) kan een geluidisolatie R w van ca. 35 dB tot R w ca. 45 dB gerealiseerd worden in laboratorium.

image08

Vouwwanden (Bron : Parthos)

image09    image10    image11

Vouwwanden (Bron : HUFCOR )

Glaswanden

Glaswanden zijn in feite geen apart type van mobiele wanden, maar vragen meer uitleg. Men onderscheid glazen paneelwanden en glazen vouwwanden .

Wanneer de glazen mobiele wanden een zekere geluidisolatie dienen te realiseren is het noodzakelijk dat het glas in een kader wordt bevestigd. Deze kaders kunnen dan op eenzelfde manier samengesteld worden tot een mobiele paneelwand of vouwwand, als hierboven aangegeven. Ook bij de glazen versies geldt dat met paneelwanden een betere geluidisolatie kan gerealiseerd worden dan met vouwwanden, gezien panelen kunnen opgespannen worden.

Afhankelijk van de glassamenstelling en kaderafwerking (zie fabricanten) kan een geluidisolatie R w van ca. 35 dB tot R w ca. 45 dB gerealiseerd worden in laboratorium.

image12    image13    image14

Glaswanden in kader : (links) glazen vouwwand (Bron : FDS ) – (midden en rechts) glazen paneelwand (Bronnen : FDS en ESPERO )

Wanneer het glas niet in een kader wordt bevestigd, kunnen de voegen tussen de verschillende onderdelen van de mobiele wand onvoldoende geluidsdicht afgewerkt worden, waardoor de geluidisolatie erg beperkt is.

image15    image16    image17

Glaswanden zonder kader : (links en midden) glazen paneelwand (Bron : Spijker ) – (rechts) glazen vouwwand (Bron : Dorma)

Verticale vouwwand

Een verticale vouwwand is zoals het woord het zelf zegt, een wand die in de verticale richting wordt opgevouwen. Een vouwwand bestaat uit afzonderlijke panelen die met scharnieren aan elkaar verbonden zijn. De wand wordt in zijgeleiders opgehesen en verdwijnt in het plafond waardoor de vloeroppervlakte volledig kan benut worden.

Dankzij de zwaartekracht kunnen de voegen tussen deze panelen beter gedicht worden dan bij een horizontale vouwwand, waardoor hogere geluidisolaties kunnen gerealiseerd worden.

Afhankelijk van de paneelsamenstelling (zie fabrikanten) kan een geluidisolatie R w van ca. 35 dB tot ca. 60 dB gerealiseerd worden in laboratorium.

Dit type wanden is nog vrij recent en wordt aldus nog niet in veel varianten of door verschillende fabrikanten aangeboden.

image18

Verticale vouwwand (Bron: ESPERO )

Verticale rolgordijnen

In de sportomgevingen worden vaak ophijsbare rolgordijnen voorzien (vb. om een sportzaal in twee in te delen). Deze rolgordijnen worden in zijgeleiders neergelaten.

Afhankelijk van de samenstelling (zie fabrikanten) kan een geluidisolatie R w van 15 dB tot ca. 25 dB gerealiseerd worden in laboratorium.

Door een combinatie van twee rolgordijnen op een zekere afstand van elkaar (vb. ca. 25 cm), kunnen hogere geluidisolaties gerealiseerd worden tot ca. 30 dB in laboratorium afhankelijk van de samenstelling (zie fabrikanten).

image19    image20

Verticaal rolgordijn (Bron: ADEC Sport)

Welke akoestische isolatie dient men te voorzien in combinatie met een mobiele wand?

De te behalen geluidisolatie is sterk afhankelijk van enerzijds de samenstelling van de wandpanelen en anderzijds de aansluitingen. Hieronder worden de hierboven aangegeven geluidisolatiewaarden beknopt samengevat. Voor meer informatie wordt naar bovenstaande paragraaf verwezen.

Belangrijk is dat onderstaande waarden, de geluidisolatie in laboratorium betreft. Men dient er rekening mee te houden dat elke wand in situ geplaatst steeds minder presteert dan in laboratorium door minder verzorgde aansluitingen,... Bij een mobiele wand speelt bovendien ook de manier van opspannen een rol. In laboratorium wordt de wand op een perfecte manier opgespannen, wat bij frequent gebruik vaak niet het geval is in situ. Om deze redenen dient steeds een betere wand gekozen te worden dan men nodig heeft om het gewenste akoestische comfort te realiseren.

Type mobiele wand Geluidisolatie in labo
Paneelwanden Ca. 35 dB tot ca. 60 dB
VouwwandenCa. 35 dB tot ca. 45 dB
Glaswanden

In een kader: Ca. 35 dB tot ca. 45 dB

Zonder kader: erg beperkt

Verticale vouwwandenCa. 35 dB tot ca. 60 dB
Verticaal rolgordijn

Enkel: ca. 15 dB tot ca. 25 dB

Dubbel: tot ca. 30 dB

Orde van grootte van akoestische isolatieniveaus behaald door de mobiele wanden

Waarop moet worden gelet bij de uitvoering van mobiele wanden?

Mobiele wanden worden niet noodzakelijk tussen ruwbouwvloer en ruwbouwplafond voorzien. Wanneer zij op een verhoogde vloer , onder een verlaagd plafond of in een wand worden voorzien, dienen akoestische barrières onder of boven de wand voorzien te worden. Deze barrières vallen meestal onder de verantwoordelijkheid van de aannemer van de mobiele wand.

De globale akoestische kwaliteit wordt bepaald door zijn zwakste elementen. Daarom dient men er voor te zorgen dat er geen verzwakkende elementen aanwezig zijn in de wand. Bij een mobiele wand betekent dit:

  • De aansluitingen langsheen de geleiders (boven, onder of zijwaarts) mogen geen verzwakking geven. Indien nodig dienen deze geleiders omkast te worden.
  • Ook via de verhoogde vloer of het verlaagde plafond dient voldoende geluidreductie gerealiseerd te worden. De akoestische barrière dient minimaal over dezelfde kwaliteit te beschikken als de wand zelf. Zoniet, dient de verzwakking in rekening gebracht te worden bij de keuze voor een type mobiele wand.

Zoals hierboven aangegeven dient steeds een betere wand gekozen te worden dan men theoretisch nodig heeft om het gewenste akoestische comfort in situ te realiseren.

Bestek

In het bestek dienen volgende zaken opgelegd te worden naar de aannemer toe (afhankelijk van type bestek) :

  • Criteria luchtgeluidisolatie in situ (gewogen gestandaardiseerde geluidisolatie D n,Tw ) te realiseren tussen verschillende ruimten eventueel met gepaste aanpassingstermen C of C tr .
  • Minimale luchtgeluidisolatie van de mobiele wand in labo (gewogen geluidsverzwakkingsindex R w ) (cf. norm NBN EN ISO 10140-2) eventueel met gepaste aanpassingstermen C of C tr .
  • Type mobiele wand
  • Eventuele nodige beschrijvingen van akoestische barrières boven of onder de wand, aansluitingen,...

Meer weten

In de Gids

Voor meer informatie met betrekking tot het onderwerp:

Andere publicaties van Brussel Leefmilieu

Normen

  • Norm NBN EN ISO 10140-2 : Geluidsleer - Laboratoriummeting van geluidisolatie van bouwelementen - Deel 2: Meting van luchtgeluidsisolatie

bijgewerkt op 30/03/2017

Code n° : G_WEL01 - Thema's : Welzijn, comfort & gezondheid - Andere thema's : Akoestiek - Gerelateerde project components : Binnenwand