WEL01 - Matériaux d'isolation pour impact_top

Voorziening | Contactgeluidisolerende materialen en systemen

Contactgeluidisolerende materialen en systemen

© petr73 / Shutterstock.com

Materialen of systemen die trillingen dempen, waardoor een contactgeluidisolatie wordt gerealiseerd. Soepele ontkoppelingsmaterialen en trillingsdempende systemen

Bij contactgeluidisolerende maatregelen (vb. zwevende dekvloer (gegoten zwevende dekvloer of lichte/droge zwevende dekvloer) wordt gebruik gemaakt van contactgeluidisolerende materialen. Aangezien deze in verschillende voorzieningen kunnen toegepast worden, worden deze in een aparte fiche behandeld.

Contactgeluidisolerede materialen verbeteren de contactgeluidisolatie door de overdracht van trillingen te beperken.

Onder contactgeluidisolerende materialen vallen alle materialen of systemen die trillingen dempen, waardoor een contactgeluidisolatie wordt gerealiseerd. Hierbij onderscheidt men: soepele ontkoppelingsmaterialen en trillingsdempende systemen.

Welke isolatiematerialen voor contactgeluiden?

Deze vertonen een zekere soepelheid onder invloed van een belasting en nemen na de vervorming hun oorspronkelijke vorm weer aan. Hierbij onderscheidt men:

  • de soepele materialen met gesloten cellen, dit wil zeggen zonder verbinding tussen de poriën (elastomeer, rubber, silicone, verschillende synthetische schuimen);

image02

Elastomeren - gerecycleerd rubber (Bron: Stadswinkel)

image03

Zelfklevende stroken van schuim met gesloten cellen (Bron: Stadswinkel)

image04

Polyethyleenschuim met gesloten cellen (Bron: Stadswinkel)

Onder de soepele producten vindt men ook:

  • de randvoegen voor afwerking en/of luchtdichtheid, die steeds in silicone zijn uitgevoerd,
  • de zware dempende membranen (ook zware geluidsbarrières genoemd) samengesteld uit een elastomeer met zeer hoge densiteit. Ze worden gebruikt voor het verzwaren van de installaties of de installatieonderdelen die de neiging hebben om te trillen wegens hun gebrek aan massa (wanden van motors maar ook van badkuipen ),
  • de fijne onderlagen, die onder een houten bedekking moeten ingelast worden.

De keuze en de dikte van het materiaal zijn aangepast:

  • aan het gewicht van de lagen die op het materiaal worden aangebracht: de zeer elastische materialen zijn zeer efficiënt onder zware vloerpanelen, maar zouden een « trampoline-effect » kunnen uitlokken onder te lichte panelen ;
  • aan de regelmatigheid van de onderlaag: de soepele laag mag niet geperforeerd worden, zelfs niet in precieze gevallen. Bijgevolg moet, als de onderlaag niet glad is, de soepele laag dikker zijn.
  • de halfstijve wollige materialen met hoge densiteit (glaswol of hennepwol, mat van jute of kokos, vilt, cellulose...), in combinatie met een ander materiaal met gesloten cellen dat voor hun luchtdichtheid zorgt. Noteer dat hetzelfde materiaal een absorberend materiaal kan zijn als zijn geringe densiteit hem buigzaam maakt, of een ontkoppelingsmateriaal als zijn densiteit hoger is.

image05

PET-vilt (Bron: Estillon)

image06

Schapenvilt (Bron: Rolking)

image07

Cellulose hoge densiteit (Bron: Pan-terre)

image08

Houtvezel (Bron: Femat)

image09

Minerale wol HD (Bron: Isover)

Naar gelang van de toegepaste oplossingen, wordt het ontkoppelingsmateriaal gebruikt in de vorm van lagen, stroken, noppen of stukken die in de trillingsdempende systemen worden geïntegreerd.

Welke systemen voor contactgeluiden?

Maken ook deel uit van deze groep producten:

  • de trillingsdempende systemen en de verende,
  • elastische of viskeus-elastische materialen.

De trillingsdempende noppen worden ook aangeduid als ‘silentblocs' of akoestische isolatoren.

De trillingsdempende systemen verminderen de amplitude van de geluidstrillingen door de aanwezigheid van een soepel materiaal (elastomeer, natuurrubber, kurk, metalen veer,...).

Het gaat in het bijzonder om:

  • rubberen noppen en onderlegplaatjes om onder de kleine apparaten te leggen (sanitaire toestellen, wasmachines,...),
  • trilvaste sokkels bestaande uit een zware vloerplaat op noppen of op een doorlopende veerkrachtige laag, om onder de zware machines te plaatsen (liftmachinerie, verwarmingsketel,...),
  • trilvaste bevestigingen, hangstaven, beugels ,
  • trilvaste moffen of klemmen voor de plaatsing van leidingen.

image10

(Bron: Wattelez (Surosol))

image01

(Bron: Stadswinkel)

image11

(Bron: CEF)

image12

(Bron: Stadswinkel)

image13  image14

image15image16image17

(Bron: Müpro)

(Bron: Deco.fr)

(Bron: Haxo)

Opmerking: aandacht bij de interpretatie van productinformatie

De contactgeluidisolatieverbetering (ΔLw ) wordt in de productinformatie steeds gegeven onder een bepaalde belasting van de chape (gangbaar ca. 75 kg/m²) en op een bepaalde draagvloer (gangbaar ca. 15 cm beton).

  • Indien een zwaardere dekvloer wordt voorzien is het resultaat doorgaans iets beter.
  • Indien een lichtere dekvloer wordt voorzien, is het resultaat doorgaans iets slechter.

Een zwaardere belasting op eenzelfde soepel materiaal, resulteert immers in een lagere resonantiefrequentie en dus een grotere verbetering van geluidisolatie.

  • Indien een zwaardere draagvloer aanwezig is, is de verbetering doorgaans kleiner.
  • Indien een lichtere draagvloer aanwezig is, is de verbetering doorgaans groter.

Immers, hoe beter de basisgeluidisolatie, hoe kleiner de verbetering.

In combinatie met lichte vloeropbouwen of in andere situaties zullen deze materalen anders reageren.

Waarop moet worden gelet bij de plaatsing van isolatiematerialen?

De globale akoestische kwaliteit wordt bepaald door zijn zwakste elementen. Daarom dient men er voor te zorgen dat er geen verzwakkende elementen aanwezig zijn in de constructie. Dit betekent:

  • De ontkoppeling moet volkomen zijn - één contactpunt is voldoende om het systeem te doen mislukken
  • Het soepele ontkoppelingsmateriaal mag nooit geperforeerd of platgedrukt worden zodanig dat er terug een star contact is
  • Er moeten soepele stroken of een trilvast systeem worden ingelast, overal waar er een star contact mogelijk is tussen :
  • een installatie en het gebouw, of een element dat zelf in contact zou kunnen komen met het gebouw (leiding, radiator, luidspreker, mechanisme van garagepoort,...),
  • de elementen die de losgekoppelde massa vormen van een veer-massa-veer-systeem (zwevende vloer, verlaagd akoestisch plafond, bekledingspaneel...) en het gebouw.

Het enige geval waar een star contact is toegelaten : de schroeven die de voorzetstructuren op hun plaats houden, bedoeld om de luchtgeluiden te dempen, vormen aanvaardbare contactpunten.

Om perforatie van het ontkoppelingsmateriaal te voorkomen, dienen volgende voorzorgsmaatregelen te worden genomen :

  • Zo nodig moet de onderlaag voorbereid worden: vooral de vloer waarop de inrichting geplaatst wordt, moet volkomen vrij zijn van afval of andere elementen die de soepele strook zouden kunnen beschadigen of perforeren en zijn efficiëntie teniet doen.
  • Als de onderlaag een doorbuiging of oneffenheden heeft, moet men een laag egalisatiekorrels leggen alvorens de soepele ontkoppelingslaag aan te brengen.
  • Het materiaal moet dik genoeg zijn. Er mag geen materiaal van minder dan 5 mm gebruikt worden voor een perfecte vlakheid. Als de vlakheid niet perfect is, kies dan voor minstens 10 mm. Om bijvoorbeeld de zeer grote oneffenheden van een stenen metselwerk te herstellen, bestaan er stroken in voorgecomprimeerd met hars doordrenkt polyurethaanschuim, dat opzwelt en zo alle barsten in het metselwerk vult.

Meer weten

In de Gids

Voor meer informatie met betrekking tot het onderwerp:

Andere publicaties van Leefmilieu Brussel

Websites

Bibliografie

  • Fasold, Sonntag (1978), Bauphysikalische Entwurfslehre Band 4 : Bauakustik, Verlag für Bauwesen, Berlijn (in het Duits)

  • Hamayon, L. (2013), Réussir l'acoustique d'un bâtiment, Le Moniteur, Antony (in het Frans)

  • Rossing, T.D. (2007), Springer handbook of Acoustics, Springer, New York (in het Engels)

  • Vermeir, G. (2009), Lawaaibeheersing: cursustekst, Faculteit Toegepaste Wetenschappen KULeuven, Acoo, Leuven

  • WTCB (2009), Contactgeluidisolatie van massieve vloeren, WTCB-Dossiers, nr. 3/2009, katern nr. 15, december 2009
  • WTCB (2006), Verhoogde vloeren, Technische voorlichting 230, december 2006, Brussel

Normen

  • Norm NBN EN ISO 10140-2 - Geluidsleer - Laboratoriummeting van geluidisolatie van bouwelementen - Deel 2: Meting van luchtgeluidsisolatie
  • Norm NBN EN ISO 140-8 - Geluidleer - Meting van geluidwering in gebouwen en bouwdelen - Deel 8: Laboratoriummetingen van de verzwakking van het overgedragen kloplawaai door vloerbekledingen op een zware standaardvloer

bijgewerkt op 06/04/2017

Code n° : G_WEL01 - Thema's : Welzijn, comfort & gezondheid - Andere thema's : Akoestiek - Gerelateerde project components : Vloerplaat | Verwarming | Koeling