ENE10 - Convecteur_top

Voorziening | Convector, ventilerende convector, inductieconvector

Convector, ventilerende convector, inductieconvector

(Bron: Vladeep / Shutterstock.com)

Er bestaan 3 soorten convectoren: de gewone convectoren, de ventilerende convectoren en de inductieconvectoren. De warmte-emissie gebeurt via luchtconvectie en verloopt natuurlijk of gedwongen. De thermische energie is daarbij ofwel van een elektrische bron, ofwel van een waternetwerk afkomstig.

Welke zijn de voor- en nadelen van de verschillende types van convectoren?

BeschrijvingVoordelenNadelen

Convector

image2

(Bron: WTCB )

- Natuurlijke warmteconvectie

- Installatie tegen muren of in een goot

- Geen stroomverbruik

- Beperkte investering

- Beperkt vermogen

- Alleen warmte-emissie

- Geringer emissierendement bij lage-temperatuurregime (beperkte natuurlijke convectie)

Ventilerende convectoren

image1

Ingebouwd (bron: Daikin )

image3

Zichtbaar (bron: Radson )

- Met ventilatoren uitgeruste convectoren (gedwongen luchtconvectie)

- Groter vermogen (gewoonlijk 3 snelheden)

- Grotere reactiviteit

- Emissie van warmte en koude

- Diverse integratiemogelijkheden (zichtbaar, in steunmuur, in vals plafond, ingewerkt in de vloer, ...)

- Mogelijkheid tot bekleding voor aanvoer van hygiënische lucht

- Mogelijkheid tot gebruik voor koude muren (warmtebarrière)

- Stroomverbruik van de ventilatoren

- Geluid van de ventilatoren (geluidsniveau van 35 à 65 dB, al naargelang hun ouderdom)

- Kortere levensduur

Inductieconvectoren

image4

(Bron: Barcol-air )

- Zelfde principe als bij ventilerende convector, waarbij de ventilator gescheiden is van het lichaam- Zelfde als bij ventilerende convector- Zelfde als bij ventilerende convector

Voor- en nadelen van de verschillende types van convectoren

Welke zijn de verschillen tussen de systemen met 2 en met 4 buizen?

Bij ventilerende/inductieconvectoren wordt er een onderscheid gemaakt tussen twee hoofdtypes:

  • de systemen met 2 buizen die uitgerust zijn met één enkele batterij om mee te verwarmen in de winter en te koelen in de zomer. Dit type systeem wordt almaar minder gebruikt, omdat het niet de mogelijkheid biedt om vertrekken los van elkaar te verwarmen of te koelen, wat een zeker risico op ongemakken tijdens het tussenseizoen met zich meebrengt;
  • de systemen met 4 buizen die een warmtebatterij en een koudebatterij hebben, die gevoed worden door aparte distributiecircuits voor verwarming en koeling. Dit type systeem biedt het voordeel dat het verschillende ruimten van eenzelfde gebouw kan verwarmen of koelen.

image5_nlimage6_nl

 Ventilerende convector met 2 buizen links en met 4 buizen rechts (Bron: Energie+ )

Welke productietypes en welk temperatuurregime kiezen?

Voor een verbetering van de energieprestaties van het verwarmings- en/of koelsysteem zal er voor overgedimensioneerde (ventilerende-)convectorbatterijen geopteerd worden ter bevordering van het lage-temperatuurregime in verwarmingsmodus en het hoge-temperatuurregime in koelmodus .

Hoe de condensatierisico's beheersen?

Klimaatregelingssystemen zorgen voor een risico op condensatie ter hoogte van de elementen voor de verdeling en emissie van de koude. Om de risico's op condensatie te beperken, kunnen de volgende maatregelen getroffen worden:

Over het algemeen zullen de ventilerende convectoren altijd voorzien zijn van condensaatbakken, zoals we ook op onderstaande foto's kunnen zien.

image7    image8

Ventilerende convector met condensaatbak (Bron: Aircalo)

Hoe deze systemen of convectoren regelen?

Convectoren

De regeling van de convectoren gebeurt lokaal en werkt via de waterdebieten die door het lichaam passeren. Voor de regeling zelf wordt er gebruikgemaakt van een thermostatische kraan of een omgevingstemperatuurvoeler die een gemotoriseerd 3-weg ventiel aanstuurt.

Ventilerende en inductieconvectoren

De regeling van de ventilerende en inductieconvectoren kan via de waterdebieten die door het lichaam passeren werken, via de luchtdebieten die door de ventilator aangeblazen worden of via een combinatie van beide. Het is deze laatste oplossing die als de meest gebruikte optie geldt, waarbij het waterdebiet dan vaak geregeld wordt door een omgevingsthermostaat (die inwerkt op het 2-weg ventiel van de warmtebatterij en het 2-wegsventiel van de koudebatterij) en tevens de mogelijkheid voorzien is om de luchtdebieten manueel te laten variëren.

Bij de ventilerende convectoren moet voor een automatische stillegging van de ventilatoren en de circulatie doorheen de waternetwerken buiten de gebruiksperioden gezorgd zijn, kwestie van onnodig stroom- en brandstofverbruik te vermijden.

Voor de systemen met 4 buizen (verwarming en koeling) moet er een neutraal bereik van 2 à 3 °C voorzien worden tussen de ingestelde verwarmings- en koeltemperatuur om het risico op energievernietiging te voorkomen.

Als de convectoren in goten worden ingewerkt, zal de omgevingstemperatuurvoeler van de thermostatische kranen op een afstand worden geplaatst, opdat deze niet beïnvloed zou worden door het microklimaat in de goten.

Wat is het verband tussen het risico op lekken en de investeringskost?

Voor de uitrustingen van de convectoren die een waternetwerk als thermische bron gebruiken, zijn de benutte buizen vervaardigd uit koper. De prijs van dergelijke uitrustingen hangt daarbij vaak af van de dikte van het gebruikte koper, wat eveneens een invloed heeft op het risico op lekken.

Welke energiecertificering is er voor ventilerende convectoren voorzien?

De certificeringsinstantie Eurovent stelt een classificatie van de ventilerende convectoren voor op basis van een schaal die van A tot G gaat, waarbij de A voor de meest energie-efficiëntie uitrusting staat. De Eurovent-classificatie baseert zich daartoe op het warmtevermogen, het koelvermogen en het door de ventilator geabsorbeerde vermogen bij hoge, gemiddelde en lage snelheid. Voor de verwarmingsmodus en de koelmodus van de ventilerende convectoren wordt ten slotte een aparte classificatie gehanteerd.

Voorbeeld

Laten we het voorbeeld nemen van een kantoor dat initieel uitgerust werd met

  • een verwarmingsketel die radiatoren van de nodige warmte voorzag en
  • een koelinstallatie met directe koeling en enkele splitunits in de vertrekken zelf.

Voor het voorbeeld stellen we voor om het gebouw te renoveren door het installeren van een lucht/water-warmtepomp. Aangezien de bestaande koelinstallatie een systeem met directe koeling is, zullen er in dat geval ook nieuwe emissiesystemen geplaatst moeten worden. Zodoende maken we van de gelegenheid gebruik om ventilerende convectoren te installeren, die voor de emissie van zowel warmte (eliminatie van de radiatoren) als koude (eliminatie van de splitunits) zullen zorgen. 

Als het temperatuurregime gehandhaafd blijft op een hoge-temperatuurregime voor verwarming (90/70 °C) en een lage-temperatuurregime voor koeling (7/12 °C), dan zal een ventilerende convector van 55 cm hoog en 75 cm lang volgens de gegevens van de fabrikant voor een verwarmingsvermogen van 4000 W en een koelvermogen van 1200 W zorgen.

Om het rendement van de warmtepomp te optimaliseren en de lijnverliezen te beperken, is het echter beter om de temperatuurregimes aan te passen door het temperatuurregime voor verwarming te verlagen (naar bv. 60/40 °C als het isolatieniveau van het gebouw dit toelaat) en het temperatuurregime voor koeling te verhogen (naar bv. 9/14 °C als de behoeften aan koeling bv. beperkt worden door externe zonweringen). In dat geval zal volgens de gegevens van de fabrikant een ventilerende convector van 1 m lang hetzelfde warmte- en koelvermogen bieden.

➩ Meer weten

bijgewerkt op 13/12/2016