ENE04_top

Dossier | Luchtdichtheid verbeteren

Luchtdichtheid verbeteren

© Ket555 / wikimedia.org

De energievraag met betrekking tot de gebouwschil zoveel mogelijk beperken door de luchtdichtheid te verbeteren, om de ongecontroleerde luchtdebieten, bijkomende bronnen van energieverbruik, condensatieproblemen, problemen met de ventilatie-installatie, enz. te beperken

De Gids Duurzame Gebouwen stelt het volgende stappenplan voor om infiltratieverliezen te beperken:

  • De grens tussen het verwarmde volume en de buitenkant, alsook de positie van de afdichtingsbarrière binnen de wanden, goed bepalen
  • Oplossingen bieden voor delicate details en rekening houden met de locatie van de technische installaties tijdens het ontwerp
  • Toezien op de goede uitvoering tijdens de implementering

Uitdagingen

Het debiet verse lucht dat via lekken en kieren in de bouwmantel het gebouw binnenkomt, is oncontroleerbaar (wat de hoeveelheid, de temperatuur, de richting en de duur betreft) en varieert sterk naargelang de weersomstandigheden. Een slechte luchtdichtheid heeft tal van onaangename gevolgen: toename van het energieverbruik, onaangename luchtstromen (thermisch ongemak), condensatie aan de binnenzijde van de wanden, een slecht werkend ventilatiesysteem, slechte akoestische kwaliteit van de bouwmantel (akoestisch ongemak)...

Luchtinfiltratie moet dus zoveel mogelijk worden beperkt, ongeacht welk systeem voor hygiënische ventilatie wordt gebruikt.

Deze beperking van de infiltraties moet worden onderzocht vanaf het voorontwerp van het gebouw en de details ervan: dit heeft een doorslaggevende impact op het eindresultaat. Anders dan wat vaak wordt gedacht, is luchtdichtheid een aspect dat niet pas tijdens de bouwwerkzaamheden moet worden aangepakt.

De "blowerdoor" dichtheidstests dienen ter controle en niet als vertrekpunt voor het ontwerp. In dit dossier zijn meerdere aandachtspunten opgenomen voor het ontwerp.

Bovendien kan een goede luchtdichtheid alleen worden bereikt wanneer alle personen die bij de bouw betrokken zijn, zich bewust zijn van deze uitdaging. Als een van deze personen niet op de juiste wijze betrokken is, kan dit het doel in gevaar brengen.

Bij wijze van voorbeeld volgt hier een schatting van de meerkosten.

In de winter verdwijnt warme lucht via lekken in een slecht afgedicht gebouw. De koude komt binnen. Een voorbeeld: een gebouw van 60m x 10m x 12m, d.w.z. 7.200m³, met een reëel ventilatiedebiet (niet-mechanisch, alleen niet-gecontroleerde infiltratie/lekkage naar buiten) van 0,5 hernieuwingen/u, wat overeenkomt met 2 m³.u/m². Deze ventilatie door gebrekkige afdichting van het gebouw zal een winterverbruik opleveren van:

  • (0,5 x 7200) [m³/u] x 5800 [u] x 0,34 [Wh/m³.K] x (15° - 6°) /1000 = 64 000 [kWh/jaar]
  • Waarbij 5800 = aantal uren stookseizoen
  • En 0,34 Wh/m³.K = thermisch vermogen van de lucht
  • En 15° = gemiddelde binnentemperatuur, rekening houdend met nachtelijke afkoeling en een gratis warmteproductie van 3°
  • En 6° = gemiddelde winterbuitentemperatuur in het centrum van België
    • Dit komt neer op een equivalent van +/- € 2.850/jaar indien de warmte wordt geleverd door stookolie voor € 0,6/liter incl. btw

(Bron: Energe+, Evaluer l'étanchéité à l'air)

De luchtdichtheid hangt vooral af van de kwaliteit van de materialen en van de uitvoering ervan, terwijl de dampdichtheid uitsluitend afhankelijk is van de aard van de materialen zelf. De doordringbaarheid door waterdamp is een keuzecriterium voor de materialen die de verschillende wanden van de bouwmantel uitmaken (zie met name de Dossier | Duurzame keuze van bekledingsmaterialen voor binnenmuren en plafonds).

Wat is het verschil tussen lucht- en waterdampdichtheid?

Een correct geplaatste en luchtdichte wand kan wel of geen waterdamp doorlaten al naargelang de materialensamenstelling en de materialen die voor de waterdichtheid van de gevel zorgen.

De luchtdichte barrière (ook wel luchtscherm genoemd) van het gebouw moet voor een continue luchtdichtheid van de wanden van het gebouw zorgen, door luchtlekken en de binnendringing van ongedierte te voorkomen .

Het dampscherm wordt gebruikt om de stagnatie van waterdamp in de wanden te verhinderen en zo geen risico te lopen op condensvorming (en bijhorend risico op  schimmelgroei). Een dampscherm is echter ook een luchtscherm, want het dient om lucht tegen te houden, aangezien lucht het eerste vervoermiddel van waterdamp is. Het omgekeerde gaat echter niet op: een luchtscherm is niet per definitie een dampscherm.

Dichtheidsniveaus

image02_nl

(Bron: Isover )

De bestanddelen van de wanden moeten steeds minder waterdampdicht zijn van binnen naar buiten toe. Deze eenvoudige regel geldt voor alle soorten gemetselde of open wanden. De luchtdichte barrière mag niet aan de buitenkant van de isolatie worden geplaatst. Indien dit echter onvermijdelijk zou zijn, moet het hygrothermische gedrag van de wand grondig worden bestudeerd.

Elementen die uitsluitend voor de luchtdichtheid zorgen , zijn voornamelijk coatings en houtachtige plaatmaterialen. De dubbele werking van hygroregulerend luchtdicht en dampwerend membraan (dat de overdracht van waterdamp regelt) kan enkel worden gegarandeerd door dampwerende of dampremmende membranen.

Deze membranen (ook slimme membranen genoemd) reageren op de vochtigheid van de omgeving en passen hun dampdiffusieweerstand hieraan aan: in de winter zijn ze gesloten voor diffusie en beschermen ze de isolatie tegen de infiltratie van vocht, in de zomer kunnen ze hun diffusieweerstand sterk verminderen om goede verdampingsomstandigheden te creëren voor de vochtigheid in het gebouw.

Dit gedrag in de winter is cruciaal, want in dit seizoen bevat het binnenklimaat, waar het warmer is, meer waterdamp dan het buitenklimaat. De waterdampdruk is er dus groter, wat een migratie van de waterdamp van binnen naar buiten veroorzaakt, door de wand heen. Door deze diffusie te verhinderen, wordt het risico op condensvorming van de waterdamp in de wand vermeden wanneer het dauwpunt wordt bereikt.

Diffusierichting van damp in de winter

image03_nl

(Bron: Proclima )

Verdampvermogen van damp in de zomer

image04_nl

(Bron: Proclima )

Aanpak

Bepaal het af te dichten volume

  • Bepaal de grens tussen het beschermde volume en de buitenwereld,
  • maar ook de positie van de afdichtingsbarrière binnen de wand. Let hierbij op het ontwerp van het gebouw. Hoe complexer de vormgeving van het gebouw, hoe meer risico op problemen bij de afdichting.

Ontwerp van de luchtdichtheid

  • Omvat de locatie van de technische installaties. De locatie van de technische installaties heeft een impact op het aantal doorboringen van de afdichtingsbarrière.
  • Tot slot de keuze van de aard van de luchtdichte afwerking.
  • Bepaal welke details risico lopen en stel oplossingen voor (een detailbestek realiseren).

Zie toe op de goede uitvoering

  • Communicatie en planning : realisatie en coördinatie van de werken.
  • Controle en toezicht de uitvoering: controleer de aard en de toepassing van de materialen, inspecteer de ventilatiekokers alvorens de technische kokers te sluiten…
  • Realiseer een tussentijdse test voor een gedeelte van het gebouw.
  • Meting van het eindresultaat

➩ Begrippen en indicatoren

bijgewerkt op 01/01/2013

Code n° : G_ENE04 - Thema's : Energie - Andere thema's : Luchtdichtheid - Gerelateerde project components : Buitenschrijnwerk | Buitenwand | Houtenskelet | Vloerplaat | Dak | Ventilatie