NAT05 - Serres_top

Voorziening | Serres

Serres

© Bernard Boccara

Serres zijn overdekte teeltruimten die de zonnestraling optimaal benutten dankzij hun transparante of doorschijnende wanden. Serres creëren een microklimaat dat gunstig is voor bepaalde planten die meer warmte nodig hebben, of ze verlengen het groeiseizoen van bepaalde andere planten. Ze zijn ook geschikt om zaailingen te kweken. Naast het productieve aspect geven serres een zekere toegevoegde waarde aan het gebouw. Ze bevorderen bovendien de sociale cohesie en kunnen zelfs de energie- en CO2-stromen van gebouwen valoriseren. Deze fiche geeft een uitgebreid overzicht van de verschillende soorten serres die gebruikt kunnen worden voor een eengezinswoning of in gemeenschappelijke projecten.

Waar kunnen we een serre installeren in een vastgoedproject?

Serres kunnen worden ingericht:

  • in volle grond;
  • op ondoorlatende oppervlakken, in combinatie met teeltbakken;
  • op het dak, afhankelijk van de toegankelijkheid en het draagvermogen van het gebouw.

Wanneer serres vlakbij of tegen een gebouw worden geplaatst, is het bovendien mogelijk om synergieën tussen het gebouw en de serre te overwegen (energie- en CO2-stromen).

Over de installatie van een serre moet echter goed worden nagedacht, omdat er soms vergunningen en toelatingen voor nodig zijn.

Welke soorten serres bestaan er?

Er bestaat een grote diversiteit aan serres, met verschillende structuren, productiematerialen, temperaturen en groottes. De keuze van de serre hangt af van de algemene doelstellingen van het project waarin de teelt is geïntegreerd.

Serrevormen

Er bestaan twee grote types van serres: breedkappers en tunnelserres. Er bestaan ook zogenaamde kweekbakken voor kleinschalige productie.

Breedkappers

Breedkappers hebben de volgende kenmerken:

  • het dak heeft meestal twee symmetrische hellingen (maar ook mogelijk met gebogen dak, asymmetrisch dak enz.);
  • de grootte kan worden aangepast door meer of minder kappen te voorzien: een kap, dubbele kap, meerdere kappen;
  • de breedte van de kappen varieert van 4 tot 8 m;
  • ventilatie door dakluiken;
  • gebruikt voor productie op middelgrote of grote schaal;
  • geschikt voor een verwarmd systeem;
  • hoge kosten van de structuur;
  • lange levensduur (aluminium/staal, glas)
  • zwaar (zware frames en funderingen);

Breedkappers

© X. Claes

Breedkappers

© Groot Eiland

Breedkappers

© Bernard Boccara

Tunnelserres

Tunnelserres hebben de volgende kenmerken:

  • cilindrische vorm met metalen frame (hoepels) en kunststof afdekking;
  • ideaal voor tuinbouw op kleine of middelgrote schaal;
  • lage kosten en eenvoudige installatie;
  • microklimaat binnenin moeilijk te controleren;
  • de afdekking moet regelmatig worden vervangen (om de 3 tot 5 jaar);
  • niet geschikt voor verwarmde teelt.

Tunnelserres

© Leefmilieu Brussel

Tunnelserres

© X. Claes

Kweekbakken

Kweekbakken

© X. Claes

Kweekbakken hebben de volgende kenmerken:

  • kleine afmetingen (het is niet mogelijk ze te betreden);
  • meestal afgedekt met een halve kap;
  • afneembare afdekking, vaak gemaakt van recuperatieframes;
  • ondoorzichtige zijwanden, gemaakt van bakstenen, hout enz.;

Serreverwarming

Of serres al dan niet verwarmd moeten worden, hangt af van de geteelde variëteiten. Het is mogelijk om te telen in zogenaamde koude, gematigde of warme serres.

  • koude serres

    • gebruikt voor winterharde soorten. In de winter worden er kolen, bieten, rapen, snijbiet, spinazie enz. in geteeld;
    • alleen verwarmd door het broeikaseffect;
  • gematigde serres

    • geschikt voor soorten die tegen de koude kunnen (aubergines, komkommers, courgettes, tomaten enz.);
    • minimale dagtemperatuur > 10°C, waarbij verwarming nodig is;
  • warme serres

    • gebruikt voor tropische soorten die gevoeliger zijn voor koude;
    • minimale dagtemperatuur > 15°C, waarbij verwarming nodig is;

Net als bij de verwarming van gebouwen moet ook bij de verwarming van serres worden nagedacht over de duurzaamheid:

  • Is een warme serre echt nodig? De voorkeur gaat uit naar gewassen die geen verwarming nodig hebben.
  • Isolatie van de serres (dubbele beglazing enz.) en het distributienetwerk?
  • Wat is de gewenste temperatuur en hoe wordt die geregeld?
  • Mogelijkheid tot warmteterugwinning:

    • afvalenergie uit nabijgelegen gebouwen (fabrieken, datacenters enz.)?
    • warmteterugwinningsvoorziening met dubbele stroom in het geval van serreventilatie?
  • Warmteproductie met efficiënte en hernieuwbare systemen (thermische zonne-energie enz.)?
  • Enz.

Meer informatie over een goed energieontwerp van serres is terug te vinden onder het thema Energie.

Grootte van de serres

De grootte van de serres kan sterk variëren en moet worden aangepast aan het gewenste gebruik (zaaien, productie, aantal gebruikers, verwarming enz.):

  • miniserres;

    • lokaal gebruik, voor zaailingen of kleine plantensoorten;
    • in alle mogelijke vormen (bak, tunnel, koepel enz.);
  • individuele serres;

    • kleine serres die men echter wel kan betreden;
    • meestal in de vorm van breedkappers;
    • voor eengezinswoningen met een tuin in volle grond;
  • gemeenschappelijke serres;

    • middelgrote tot grote serres;
    • in de vorm van breedkapper of tunnel;
    • installatie in volle grond en soms op het dak;
  • commerciële serres;

    • meer geschikt voor complexe toepassingen (met verwarming, energie-/CO2-stroom enz.);
    • in de vorm van breedkapper of tunnel.

Individuele serre

Individuele serre

© Bernard Boccara

Individuele serre

Individuele serre

© F. Colot

Gemeenschappelijke serre

Breedkappers

© X. Claes

Commerciële serre
 

Commerciële serre

© X. Claes

Miniserres van geprefabriceerde harde kunststof

Miniserres van geprefabriceerde harde

© titosoft / pixabay.com

Miniserre type tunnel
 

Miniserre type tunnel

© titosoft / pixabay.com

Overige kenmerken

Serre met openklappend of afneembaar dak

© Acabashi / wikimedia.org

Serres kunnen de volgende transversale eigenschappen combineren:

  • thermisch geïsoleerde serre: met name afhankelijk van het type gewas en vooral als de serre verwarmd is;
  • muurserre: serre met halve kap waarvan de nok tegen een muur steunt;
  • rollende serre: verplaatsbare serre met een systeem van wielen en rails;
  • serre met openklappend of afneembaar dak.

Welke materialen kunnen we gebruiken voor een serre?

Structuur

Het raamwerk van de serre (palen, balken, bogen, hoepels, goten enz.) kan van verschillende materialen worden gemaakt, al dan niet gecombineerd. Het gebruik en de kenmerken van de verschillende materialen worden hieronder opgesomd.

StaalAluminiumHoutPvc
ToepassingGrote serresKleine tot grote serres Kleine tot middelgrote serresMiniserres en kleine serres
GewichtHoogGemiddeldGemiddeldLaag
Mechanische weerstand tegen belastingenHoogHoogGemiddeldLaag
LevensduurLang indien goed onderhouden of als de onderdelen thermisch verzinkt zijnLangRelatief lang indien goed onderhouden en geïsoleerd van de grond. Voorkeur voor grove den en douglasspar.Kort
OnderhoudAntiroestverf of zinkrijke verfWeinig onderhoudHout aan de buitenkant vervenWeinig onderhoud

Afdekking

De afdekking van serres is meestal gemaakt van flexibele of harde kunststof en glas.

Flexibele kunststofHarde kunststofGlas
WeerbestendigheidGemiddelde weerstandHoge weerstandHoge weerstand tegen regen en wind
Gewicht (in kg/m² afdekking)Licht (< 1 kg/m²)Gemiddeld licht (1,5 tot 5 kg/m²)Zwaar (10 tot 20 kg/m²)
Levensduur< 10 jaar10 tot 20 jaar, afhankelijk van het type kunststof> 20 jaar
Lichtdoorlaatbaarheid70 tot 80%80 tot 85%, maar afname na verloop van tijd80 tot 90%
OnderhoudGeen (standaard vervanging afhankelijk van de levensduur)Weinig onderhoud (alleen mosbestrijding)

Weinig onderhoud (alleen mosbestrijding)

Vervanging van glas in het geval van mechanische en thermische schokken

Type materialenPolyethyleen, teflon enz.Glasvezelversterkt polyester, biaxiaal georiënteerd pvc, thermoplastisch polymeer enz.Gehamerd glas, tuinbouwglas met laag emissievermogen, dubbel glas, gehard glas enz.

Hergebruik

Om de impact van een serre in termen van grijze energie te beperken, kunnen we:

  • bestaande serres hergebruiken;
  • recuperatiemateriaal gebruiken. Kweekbakken zijn hiervoor bijzonder geschikt (gerecupereerde bakstenen of hout voor de zijwanden en ramen voor de afdekking).

Met welke parameters moeten we rekening houden om een serre te ontwerpen? 

Algemene parameters

De volgende onderdelen, die in het dossier worden besproken, moeten door het project in aanmerking worden genomen voordat er een serre wordt geïnstalleerd:

Oriëntatie van de serres

De efficiëntie van de serres hangt af van hun oriëntatie, die moet worden gekozen op basis van een compromis tussen de volgende parameters:

  • soort serre: de oriëntatie van breedkappers moet zodanig worden gekozen dat ze elkaar zo weinig mogelijk overschaduwen;
  • overheersende windrichting: als de serre georiënteerd wordt in de overheersende windrichting, vermindert de mechanische druk op de constructie;
  • licht: met een juiste oriëntatie kan men de lichttoevoer in de winter maximaliseren. Een breedkapper of tunnelserre wordt bijvoorbeeld oost-westelijk georiënteerd om tussen oktober en maart voor een optimale blootstelling aan de zon te zorgen.
  • specifieke kenmerken van het perceel: reliëf, aanwezigheid van gebouwen, beschaduwing enz.;

Stevigheid en stabiliteit van de serres

De serres moeten de volgende belastingen kunnen dragen:

  • klimaatbelasting (sneeuw, wind, hagel enz.);
  • exploitatiebelasting (hangende gewassen, personeel enz.);
  • belasting in verband met de structuur zelf (permanente belasting).

Daarom worden meestal betonnen funderingen gebruikt. Hun afmetingen zijn afhankelijk van het type serre, de grootte en de omstandigheden waarin deze is geïnstalleerd.

Ventilatie van de serres

Een goede ventilatie van de serres is om verschillende redenen cruciaal:

  • het ontstaan van bepaalde ziektes vermijden;
  • de temperatuur doen zakken wanneer deze bij warm weer te hoog oploopt, en de groeisnelheid van de gewassen beperken.

Ventileren kan op verschillende manieren:

  • Natuurlijke ventilatie:

    • serre met openslaande delen: +/-20% van de grondoppervlakte;
    • openingen in de zijkanten en in het dak, met een grote openingshoek;
    • bij hoge temperaturen kunnen de deuren worden opengezet om de natuurlijke ventilatie te versterken.
  • Mechanische ventilatie:

    • luchtcirculatie door een krachtige elektrische ventilator, die over het algemeen in de afzuigmodus werkt;
    • een ventilatiesysteem dat naast de natuurlijke ventilatie kan worden gebruikt, op voorwaarde dat de twee systemen niet tegelijkertijd worden gebruikt;
    • mogelijke regeling van de ventilator op basis van de luchtvochtigheid en temperatuur in de serre, waardoor optimale omstandigheden voor de groei van de gewassen kunnen worden gecreëerd.

Stroomvoorziening en/of verwarming

Als de serre wordt verwarmd vanuit het gecentraliseerde productiesysteem van het gebouw, moet het tracé van de verwarmingsbuizen naar de serre worden voorzien, hun isolatie en de keuze van het type warmtebron.

Er moet ook een elektrische voeding worden voorzien die geschikt is voor buiten, om apparatuur op aan te sluiten voor het onderhoud of de exploitatie van de serre (pompen, ventilatie enz.).

Welke types productie zijn mogelijk in een serre?

In serres zijn verschillende vormen van landbouw mogelijk:

Meer informatie op de volgende pagina's:

‘Waar en hoe voedingsgewassen produceren in een vastgoedproject?'

De keuze van de planten is afhankelijk van het type serre (al dan niet verwarmd) en de blootstelling van de serre aan de zon:

Wat zijn de voor- en nadelen van serres?

Voordelen van het gebruik van serres:

  • totstandkoming van een microklimaat dat bevorderlijk is voor de plantengroei (temperatuur, vochtigheid en licht);
  • verlenging van de productie-, oogst- en afzetperiode;
  • minder zwaar werk bij ongunstige weersomstandigheden (regen, wind, koude);
  • bescherming van de gewassen tegen ongunstige weersomstandigheden (hagel, wind, lage temperaturen);
  • voor bepaalde soorten (tomaten, komkommers, aubergines, aubergines, paprika's, meloenen, aardbeien enz.) een hogere opbrengst in vergelijking met gewassen in de open lucht;
  • een gunstige omgeving voor de teelt van zaailingen;
  • maakt de uitwisseling van energie- en CO2-stromen met naburige gebouwen mogelijk;
  • multifunctionaliteit van de plaats: productie, plaats van ontspanning en gezelligheid;
  • gebruik van dakoppervlakken om regenwater op te vangen.

Nadelen van het gebruik van serres:

  • mogelijk aanzienlijke kosten, afhankelijk van het gebruikte type serre (investering, onderhoud);
  • irrigatie vereist;
  • het risico dat de gewassen last krijgen van ziektes bij gebrek aan ventilatie (te vochtige omstandigheden);
  • zwaar werk bij hitte;
  • telen in een serre heeft een lange leercurve.

Bestaan er andere soorten synergieën tussen serres en gebouwen?

Naast de menselijke dynamiek die rond een serreproject plaatsvindt, kan het project ook andere soorten synergieën in overweging nemen in het geval van serres in de directe nabijheid van een gebouw (muurserre of serre op het dak).

  • luchtstroom vanuit het gebouw: valorisatie van CO2-emissies en restcalorieën. Hiervoor moet het gebouw uitgerust zijn met een ventilatiesysteem van het type C (gemotoriseerde afzuiging) of D (dubbele luchtstroom), waarbij de uitlaat in de serre geïnstalleerd wordt. Bij nieuwbouw, waar bij voorkeur warmteterugwinningsvoorzieningen worden geïnstalleerd om de binnenkomende lucht te verwarmen, is het energievoordeel beperkt;
  • luchtstroom naar het gebouw: het project kan er daarentegen ook voor kiezen om zuurstofrijke, voorverwarmde lucht afkomstig uit de serre het gebouw in te blazen. De serre kan tot slot ook dienen als wintertuin;
  • afvalwarmte van omliggende gebouwen: datacenters, bedrijven met een koelingsproces enz. voor verwarmde serres.

Wat is de regelgeving voor serres?

Serres zijn bijgebouwen die losstaan van het hoofdgebouw en zijn dus vrijgesteld van de stedenbouwkundige vergunning, op voorwaarde dat ze zich op een binnenplaats of in een tuin bevinden en dat hun afmetingen een bepaalde oppervlakte en hoogte niet overschrijden.

Meer informatie over de reglementaire aspecten (stedenbouwkundige voorschriften, milieuvergunningen, beschermde gebieden, verdragen enz.) is terug te vinden in de Gids met de belangrijkste stedenbouwkundige en territoriale voorschriften die van toepassing zijn op stadslandbouwprojecten' en in het dossier | Stedelijke landbouw > Regelgeving.

Welke aandachtspunten tijdens de exploitatie van serres?

Naast de punten die in de voorgaande paragrafen zijn besproken (toegankelijkheid, ventilatie, besproeiing/irrigatie enz.), moet het project aandacht hebben voor de volgende bijkomende punten met betrekking tot de exploitatie van de serres:

  • beheer van een gemeenschappelijk project, gekoppeld aan de co-creatie van het project;
  • verzekering van de serre, vooral als deze als werkinstrument wordt gebruikt;
  • onderhoud:

    • de transparante binnen- en buitenoppervlakken wassen om afzettingen te verwijderen en licht door te laten. Hiervoor moeten producten gebruikt worden die compatibel zijn met de gewassen;
    • de dakgoten reinigen;
    • desgevallend het ventilatie- en verwarmingssysteem onderhouden;
    • beschadigde onderdelen controleren en vervangen:

      • van de structuur (roest, schroeven, bouten enz.);
      • van het dak (beglazing, frame enz.).

Meer informatie

In de Gids

Om de teelt te bevorderen:

Voor de bevloeiing van de gewassen:

Voorziening | Compost

Andere publicaties van Leefmilieu Brussel

Bibliografie

  • Wacquant, C. (2000). La construction des serres et abris. Centre technique interprofessionnel des fruits et légumes.

bijgewerkt op 13/06/2019

Code n° : NAT05 - Thema's : Natuurontwikkeling - Andere thema's : Stedelijke landbouw - Gerelateerde project components : Omgeving | Flora | Vloer