Terug naar

Toevoer- en afvoeropeningen

Toevoer- en afvoeropeningen
Verluchtingsopeningen zijn onderdelen die dienen om de lucht van mechanische ventilatiesystemen te verdelen. Over het algemeen wordt een onderscheid gemaakt tussen luchttoevoer- en luchtafvoeropeningen, hoewel sommige openingen de twee handelingen kunnen uitvoeren. Zij vormen de grens tussen het ventilatiesysteem en de te ventileren ruimte. Deze voorziening behandelt enkel de openingen van mechanische ventilatiesystemen.

Wat zijn de verschillende soorten verluchtingsopeningen?

Er bestaan verschillende soorten toevoer- en afvoeropeningen. De meest voorkomende modellen staan hieronder afgebeeld.

Plafondroosters

Plafondroosters worden meestal in een vals plafond ingebouwd. De meeste hebben de standaardafmetingen van 60 x 60 cm om in modulaire plafonds te passen. Het is ook mogelijk om ze op zichtbare kanalen te installeren. We onderscheiden twee soorten plafondroosters:

  • Wervelroosters:
    • zorgen voor een betere inductieverhouding en kunnen dus, voor hetzelfde comfortniveau, een hoger debiet leveren zonder dat de bewoner het voelt;
    • worden uitsluitend gebruikt voor de verspreiding, maar werken even goed voor het afvoeren;
    • bijzonder geschikt voor verwarming of koeling door middel van lucht vanwege hun hoge inductieverhouding.
  • Klassieke plafondroosters:
    • zijn te verkiezen voor zuiver hygiënische ventilatie (geen verwarming of koeling door middel van lucht);
    • zijn geschikt voor zowel de verspreiding als de afvoer van lucht.

 Klassieke geperforeerde plafondrooster

Klassieke geperforeerde plafondroosters © Grada

 Wervelrooster

Klassieke wervelroosters plafondroosters© Grada

Wandroosters

    Wandroosters vertonen de volgende kenmerken:

    • verzonken in een verticale wand of een muur;
    • uitgerust, afhankelijk van het model, met vaste en/of verstelbare, horizontale en/of verticale schoepen. De richting van de luchtstroom kan worden aangepast door middel van de beweegbare schoepen; 
    • zijn geschikt voor zowel diffusie als extractie;
    • niet erg duur;
    • vereist voor de luchtverdeling vrijwel altijd een plafondeffect (rooster op een minimale afstand van het plafond) om te voorkomen dat de luchtstroom afbuigt van het plafond en zo een risico op ongemak voor de gebruikers inhoudt.

    Wandrooster met enkele afbuiging

    Wandroosters met enkele afbuiging© Grada

    Kanaalroosters

      Kanaalroosters vertonen de volgende kenmerken:

      • ze zijn gelijkaardig aan wandroosters en hebben dezelfde voor- en nadelen;
      • rechtstreeks op het kanaal geïnstalleerd (rond of rechthoekig);
      • zijn geschikt voor zowel diffusie als extractie.

      Kanaalrooster met dubbele afbuiging

      Kanaalroosters met dubbele afbuiging© Grada

      Spleetroosters

      Spleetroosters of rechtlijnige openingen vertonen de volgende kenmerken:

      • verzonken in een vals plafond of in een wand van de te ventileren ruimte;
      • beperkte architecturale impact;
      • door de plaatsing van de doorlopende lamellen (naast elkaar) kunnen vrij hoge debieten worden verkregen, die echter relatief beperkt zijn in vergelijking met ronde openingen of wandroosters (ten aanzien van de in beslag genomen ruimte);
      • zijn geschikt voor zowel diffusie als extractie;
      • zijn geschikt voor verwarming of koeling door middel van lucht.

      Spleetrooster die ingebouwd kunnen worden in een vals plafond

      Spleetroosters die ingebouwd kunnen worden in een vals plafond © Grada

      Spleetroosters die ingebouwd kunnen worden in een wand

      Spleetrooster die ingebouwd kunnen worden in een wand

      Spleetroosters die ingebouwd kunnen worden in een wand© Grada

      Vloerroosters

      Vloerroosters vertonen de volgende kenmerken:

      • verzonken in een verhoogde vloer, waardoor de lucht rechtstreeks in de leefzone kan worden geblazen;
      • zijn geschikt voor zowel diffusie als extractie;
      • geschikt voor verwarming of koeling door middel van lucht, maar de temperatuurverschillen tussen de toevoerlucht en de omgevingslucht moeten om redenen van comfort worden beperkt (toevoer rechtstreeks ter hoogte van de vloer in de leefzone);
      • lucht toegevoerd bij lage snelheid en stil;
      • geen hoge debieten per opening mogelijk.

       Vloerrooster met wervelluchtstroom

      Vloerroosters met wervelluchtstroom © Grada

       Vloerrooster met schoepen

      Vloerroosters met schoepen© Grada

      Luchtventielen

      Luchtventielen vertonen de volgende kenmerken:

      • type dat het meest wordt gebruikt voor het ventileren van woningen of voor hygiënische ventilatie in de tertiaire sector;
      • het debiet kan worden aangepast door het midden van de ventiel naar binnen of naar buiten te draaien;
      • vrij beperkt debiet (150 m³/uur/ventiel);
      • lage inductieverhouding;
      • openingen die kunnen worden ingebouwd in een muur (voor afzuiging) of in het plafond (voor toe- en afvoer), maar kunnen ook rechtstreeks op een ventilatiekanaal worden geïnstalleerd (via een aftakking);
      • zijn geschikt voor zowel diffusie als extractie.

      Luchtventielen

       

      Luchtventielen© Grada
      Luchtventielen© Grada

      Jet roosters

      Jets vertonen de volgende kenmerken:

      • worden gebruikt voor grote ruimten met hoge plafonds (concertzalen, theaters, musea, luchthavens, winkelcentra, bedrijfslobby's, enz.);
      • werken bij hoge druk, wat een stabiele luchtstraal over een afstand van 10 tot 15 meter garandeert;
      • kunnen worden ingebouwd in wanden, plafonds of kanalen (via een aftakking);
      • interessant voor verwarming of koeling door middel van lucht, maar kunnen ook goed werken voor zuiver hygiënische ventilatie.

        Jet roosters

        Jet roosters© Grada

        Wat zijn de aandachtspunten voor toevoer- en afvoeropeningen?

        Verdeling van de lucht

        De plaats waar de toevoer- en afvoeropeningen worden aangebracht moet een correcte verdeling van de lucht in de ruimte mogelijk maken. Dit hangt af van verschillende parameters. Daarom is het raadzaam beroep te doen op een ventilatiedeskundige. Afhankelijk van de complexiteit en de omvang van het project, kan dit de aannemer, de fabrikant of een studiebureau zijn. Deze laatste kan software gebruiken om de luchtstromen in de ruimte te simuleren en te visualiseren.

        Hier volgen echter enkele regels voor goede praktijken om een goede verdeling van de lucht te waarborgen:

        • de snelheid van de luchtstroom moet voldoende hoog zijn (+/- 2 m/s) ter hoogte van de toevoeropening om een straal te produceren die groot genoeg is zodat de luchtstroom aan het plafond blijft. Voor afvoeropeningen is de snelheid een minder belangrijke factor;
        • het moet mogelijk zijn het debiet per opening af te stellen om het gewenste debiet te garanderen, ongeacht de drukverliezen van het netwerk;
        • bij plafondroosters moet het coanda-effect worden bevorderd, zodat de luchtstroom tegen het plafond blijft hangen en zo het bereik van de straal wordt vergroot;
        • het comfort in de kamer moet constant blijven ondanks de seizoenen. Dit betekent dat de snelheid/het bereik/het loskomen van de luchtstroom onder controle blijft zowel bij toevoer van verwarmde lucht of gekoelde lucht. Doorgaans maken spiraalvormige verspreidingsopeningen een goede omkeerbaarheid van warme/koude luchtverspreiding mogelijk (dankzij de hoge inductieverhouding);
        • de toevoer- en afvoeropeningen moeten in tegenovergestelde zones van de kamer en diagonaal worden geplaatst, zodat een zo groot mogelijk oppervlak wordt bestreken.

        Luchtstromen en temperaturen

        Om onaangename luchtstromen te voorkomen mag de snelheid van de luchtstroom in de comfortzone (gebied van vloerniveau tot een hoogte van 1,80 m en beperkt tot een afstand van 50 cm van de wanden) niet meer dan 0,2 m/s bedragen.

        Bovendien mag het temperatuurverschil tussen de naar de comfortzone toegevoerde lucht en de reeds aanwezige lucht niet groter zijn dan 1,5°C voor warme lucht en 1°C voor koude lucht.

        Comfortvereisten voor de toegevoerde lucht

        Comfortvereisten voor de toegevoerde lucht © Architecture & Climat – LOCI - UCL

        Akoestiek

        Sommige ventilatieopeningen kunnen meer of minder lawaai produceren, afhankelijk van de debieten die worden gehanteerd. De openingen moeten worden gekozen om te voldoen aan het akoestisch comfortcriterium van de geventileerde ruimte.

        Aansluitplenum

        Het aansluitplenum is het eindelement dat de opening met het kanaal verbindt. Verschillende accessoires zijn al dan niet in het plenum geïntegreerd, zoals:

        • balanceringsklep met drukkraan;
        • verdeelrooster;
        • eindfilter.

        De installatie van een aansluitplenum is niet noodzakelijkerwijs vereist. Alles hangt af van het type opening en de montage ervan. De aansluitplenums kunnen ook op maat worden gemaakt om ze aan te passen aan alle architecturale en ruimtelijke configuraties.

        Voorbeeld van aansluitplenums

        Voorbeeld van aansluitplenums© Grada
        Voorbeeld van aansluitplenums© Grada

        Regelgevende en normatieve aspecten

        Reglementeringen

        Regelgeving EPB-werken

        De regelgeving EPB-werken schrijft bepaalde kenmerken voor ter hoogte van de:

        • luchttoevoer- en luchtafvoeropeningen (drukverschil);
        • transferopeningen (doorsnede in functie van het drukverschil, type opening, enz.).

        Meer informatie in het Vademecum regelgeving EPB-werken:

        Regelgeving EPB-verwarming en -klimaatregeling

        Meer informatie in de documenten: Minimaal onderhoudsprogramma - Handboek & Frequentietabel.

        Normen

        Zie het deel "Regelgeving en normen" van het dossier.

        Meer weten

        Bijgewerkt op 27/04/2023