Terug naar

Eisen voor de EPB-eenheden WE NE en NGE

Om de eisen in verband met hygiënische ventilatie na te leven, moeten de Nieuwe en met Nieuw Gelijkgestelde EPB-Wooneenheden:

  • uitgerust zijn met een volledig ventilatiesysteem,
  • en dit systeem moet voldoen aan de eisen op de volgende punten:

    • de debietenmin,
    • de luchttoevoeropeningen,
    • de luchtafvoeropeningen,
    • de doorstroomopeningen,
    • de luchtrecyclage,
    • de combinaties van systemen.
2017
De “intensieve” ventilatie van WE's is niet langer een eis, maar het handmatig openen van vensters blijft gevaloriseerd voor de oververhittingsindicator en onrechtstreeks in de berekeningsmethode voor de koeling en dus voor het PEV van de EPW-eenheden.

2.2.1. Debietenmin

Het ventilatiesysteem moet het mogelijk maken om per lokaal de volgende reglementaire debietenmin voor de toevoer, de afvoer en de doorstroom te bereiken:

Debietenmin van luchttoevoer per lokaal

RUIMTE

ALGEMENE REGEL

MET EEN MINIMUM VAN

HET DEBIET KAN WORDEN BEPERKT TOT

Woonkamer

Vergelijkbare ruimte

3.6 m³/(u.m²)

75 m³/u

150 m³/u

Slaapkamers

Burelen

Speelruimte

Vergelijkbare ruimte

25 m³/u

72 m³/u
(Bijlage HVR)

Bron: Leefmilieu Brussel

Debietenmin van luchtafvoer per lokaal

RUIMTE

ALGEMENE REGEL

MET EEN MINIMUM VAN

HET DEBIET KAN WORDEN BEPERKT TOT

Gesloten keuken

Badkamer

Wasplaats

Vergelijkbare ruimte

3.6 m³/(u.m²)

50 m³/u

75 m³/u

Open keuken

75 m³/u

WC

-

25 m³/u

-

Bron: Leefmilieu Brussel

Debietenmin van luchtdoorstroom per lokaal

  • Alle lokalen behalve de gesloten keuken: 25 m³/u of 70 cm² als het om een achterdraaideur gaat.
  • Gesloten keuken: 50 m³/u of 140 cm² als het om een achterdraaideur gaat.

    Oppervlakte van de doorstroomopening

    70 cm² komt ongeveer overeen met een gleuf van 1 cm hoog voor een deur van 70 cm breed.

    140 cm² komt ongeveer overeen met een gleuf van 2 cm hoog voor een deur van 70 cm breed.

Oppervlakte die in aanmerking moet worden genomen voor de berekening van de debietenmin van de ventilatie

Voor de berekening van de debietenmin van de ventilatie (algemene regel van 3,6 m³/(u.m²)), wordt rekening gehouden met de gebruiksoppervlakte, die ook netto oppervlakte wordt genoemd, gemeten ter hoogte van de vloer. De mezzanine is inbegrepen.

Voorbeelden van gebruiksoppervlakten

05b64aaf52252f68aa1aa9ff313378693d17a6cb_s2_n1
2017
De ventilatie-installatie van een residentieel gebouw (systeem B, C of D) moet zo worden ontworpen en gebouwd dat de mechanische toevoer- en/of afvoerdebieten overal gelijktijdig kunnen worden gerealiseerd.

2.2.2. Luchttoevoeropeningen

Elke luchttoevoeropening moet aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • De luchttoevoer moet de lucht rechtstreeks van buitenaf doen komen, of van een aangrenzende onverwarmde ruimte (AOR) als deze AOR zelf voorzien is van luchttoevoeropeningen uitgevend op de buitenomgeving die een evenwicht van de debieten in de AOR mogelijk maken.
  • Als de luchttoevoer mechanisch gebeurt (systeem B en D), moet de toevoer permanent zijn, dit wil zeggen dat hij niet mag onderbroken worden door manuele of automatische inrichtingen die eigen zijn aan het systeem zelf (bijvoorbeeld: een vertragingsinrichting). De toevoer kan echter wel regelbaar zijn (bv. in functie van het gebruik van de ruimten).
  • Als de luchttoevoer natuurlijk gebeurt (systeem A en C), moet hij gedimensioneerd worden voor een drukverschil van 2 Pa en moet hij manueel of automatisch kunnen worden ingesteld tussen de volgende posities:

    • een volledig geopende stand,
    • minstens drie tussenposities,
    • een gesloten positie (≤ 15 % van het debiet onder 50 Pa).
    2019
    De natuurlijk luchttoevoer die zich in een ruimte, voorzien van een mechanische afvoer, bevindt, mag gedimensioneerd worden voor een maximum drukverschil van 10 Pa tenzij een toestel met open verbrandingsruimte, dat aangesloten is op een afvoerkanaal, zich in deze ruimte bevindt. In dat geval wordt voor de natuurlijke luchttoevoer een zelfregelendheidsklasse 3, zoals bepaald in tabel 18 van bijlage EPW, verondersteld.

    Châssis avec position d'entrebâillement

    Kierstandventilatieschrijnwerk (draaikiep, parallel, roterend of kantelbaar) is schrijnwerk met een beslag dat toelaat de raamvleugel in een licht geopende positie te plaatsen, zodat het schrijnwerk dienst kan doen als natuurlijke toevoeropening (ventilatiesystemen A en C) in plaats van een raam- of gevelrooster.

    Om conform de EPB-wetgeving te zijn, moet dit schrijnwerk alle geldende EPB-eisen naleven (voor de EPB-Wooneenheden zie Eisen voor de NE en NGE en Eisen voor de ZGE en EGE en voor de Niet-Residentiële EPB-eenheden zie Eisen voor de NE en NGE en Eisen voor de ZGE en EGE).

    Momenteel laat het merendeel van dit schrijnwerk niet toe de eis inzake het debietmin te respecteren, omdat de effectieve debieten van dit schrijnwerk in kierstand niet bepaald zijn overeenkomstig de normen voorgeschreven door de EPB-wetgeving.

    Wat de eis inzake het debietmin betreft, is dit schrijnwerk aanvaardbaar als natuurlijke luchttoevoer voor de EPB-wetgeving:

    • als hun effectieve debiet in kierstand vermeld staat in hun technische fiche en als dit debiet bepaald werd overeenkomstig de normen voorgeschreven door de EPB-wetgeving,
    • of als het opgenomen is in de EPB-productgegevensdatabank, erkend door de drie gewesten (epbd databank) na een specifieke erkenningsprocedure ingediend door de fabrikant en gevalideerd door de drie gewesten.

    In het andere geval moet het kierstandventilatieschrijnwerk het voorwerp uitmaken van een afwijkingsaanvraag aangezien de naleving van de eis inzake het debietmin niet gegarandeerd kan worden. Om deze afwijkingsaanvraag in te kunnen dienen moet het bovendien voldoen aan de andere geldende ventilatie-eisen, onder andere geregeld kunnen worden in minstens 5 posities (voor de EPB-Wooneenheden zie Eisen voor de NE en NGE en Eisen voor de ZGE en EGE en voor de Niet-Residentiële EPB-eenheden zie Eisen voor de NE en NGE en Eisen voor de ZGE en EGE). Deze afwijking zal enkel toegekend worden als geen enkele andere technische mogelijkheid bestaat waardoor de eis inzake het debietmin nageleefd kan worden.

    Op dit moment is er een specifieke herkenningsprocedure voor ramen met kierstandventilatieschrijnwerk (waarbij de raamvleugel parallel ten opzichte van het vaste kader wordt bewogen) die het mogelijk maakt om deze ramen te laten fungeren als een natuurlijke luchttoevoer met betrekking tot de debieten. Deze ramen moeten ook voldoen aan de andere geldende ventilatie-eisen. Tot op heden is er echter geen enkel raam van dit type opgenomen in de epbd-databank, dit omdat geen enkele fabrikant de stap heeft genomen om een van deze ramen te laten herkennen.

2.2.3. Luchtafvoeropeningen

Elke luchtafvoer moet aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • Als de luchtafvoer mechanisch gebeurt (systeem C en D), moet de afvoer permanent zijn, dit wil zeggen dat hij niet mag onderbroken worden door manuele of automatische inrichtingen die eigen zijn aan het systeem zelf (bijvoorbeeld: een vertragingsinrichting). De afvoer kan echter wel regelbaar zijn (bv. in functie van het gebruik van de ruimten).
  • Als de luchtafvoer natuurlijk gebeurt (systeem A en B), moet hij gedimensioneerd worden voor een drukverschil van 2 Pa, moet hij verbonden zijn met een verticaal kanaal met een uitloop van minstens 50 cm ter hoogte van het dak en moet hij manueel of automatisch kunnen worden ingesteld tussen de volgende posities:

    • een volledig geopende stand,
    • minstens drie tussenposities,
    • een minimale geopende stand (van 15 % tot 25 % van het debiet onder 50 Pa).
    2019
    De natuurlijke luchtafvoer in een ruimte voorzien van een mechanische aanvoer mag gedimensioneerd worden voor een maximum drukverschil van 10 Pa.

    Mogelijke afwijking van de verticaliteit van het kanaal en de uitloop ter hoogte van het dak

    Van de verticaliteit van het kanaal en de uitloop ter hoogte van het dak kan eventueel afgeweken worden, als de afvoeropening is aangesloten op een aanzuigventilator die automatisch werkt wanneer het lokaal gebruikt wordt en die, na gebruik, gedurende ten minste een periode die gelijk is aan de kleinste van de volgende twee waarden blijft werken:

    • 1800 s,
    • of 3.V/D s waarbij V volume [l] en D debiet [l/s] is.

    Wanneer de ventilator niet werkt, moet de natuurlijke trek het van de ventilator overnemen.

2.2.4. Doorstroomopeningen

Elke doorstroomopening moet aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • Permanent zijn en niet verstopt kunnen raken.
2019
  • Als het een spleet onder een deur betreft, moet ze minstens 5 mm hoogte hebben en gedimensioneerd zijn met een debiet van:

    • 0,36 [m³/h] per cm² spleet voor een drukverschil van 2 Pa.

2.2.5. Luchtrecyclage

Voor een systeem D mag de lucht onder de volgende voorwaarden herbruikt worden:

  • de recirculatie gebeurt uitsluitend binnen eenzelfde EPB-Wooneenheid,
  • het totale debiet aan verse buitenlucht moet verzekerd blijven,
  • alleen de lucht die afkomstig is van slaapkamers, bureaus, gangen, trappenhuizen en hallen, mag herbruikt worden.

2.2.6. Combinatie van systemen

2017
Voor Nieuwe en met Nieuw Gelijkgestelde EPB-Wooneenheden, als ventilatiesystemen van een verschillend type (A, B, C, D) gecombineerd moesten worden binnen dezelfde EPB-Wooneenheid, wordt alleen het debiet van het preferent systeem in rekening gebracht voor de verificatie van de minimaal vereiste debieten. Daarbij wordt het ventilatiesysteem dat het grootste aandeel van het minimaal vereiste debiet levert als het preferente systeem beschouwd.
Bijgewerkt op 05/10/2020