Begrippen

Metselwerk: Een gevelbekleding die bestaat uit blokken of bakstenen komt, afhankelijk van de gewenste voeg, tot stand met mortel (cf. NBN EN 998-2) of lijm. Er zijn bevestigingshaken nodig om de stabiliteit van dit metselwerk te verzekeren. Die worden aangebracht op de draagmuur van de gevel. Zo kunnen ook de lagen van de muur onderling worden verbonden. Het kan, afhankelijk van de aard van de gebruikte mortel, moeilijk zijn om de gemetselde elementen van elkaar los te maken.

Mechanische bevestiging: Een minder dikke bekleding wordt rechtstreeks bevestigd op het draagelement van de gevelmuur of op een houten of metalen (aluminium)structuur die eerst op de draagmuur is bevestigd. In dit geval wordt de bekleding rechtstreeks op de structuur bevestigd. In andere gevallen zijn er elementen aanwezig om de bekleding op de structuur te kunnen bevestigen.

Verlijmd Bij dit proces wordt een dunne bekleding bevestigd op het draagelement van de gevelmuur of een isolatielaag. Dat kan met mortel of een chemisch samengesteld product. Soms kan deze techniek een eindresultaat opleveren dat oogt als een gemetselde bekleding.

Deze plaatsingstechniek kan eveneens een aanvulling zijn op een mechanische bevestiging.

Pleister: Bij deze bekleding wordt de muur bedekt met een pleisterlaag. Die kan bestaan uit cement, kalk, klei of een synthetisch materiaal. Deze pleisterlaag wordt rechtstreeks bevestigd op het draagelement van de gevelmuur of op een isolatielaag.