Elementen voor een duurzame keuze

Milieu aspecten

De milieu-impact van een ontladingslamp

Gloeilampen en halogeenlampen kunnen in de witte huisvuilzak, maar compacte en normale fluorescentielampen bevatten kwik. Een deel ervan vormt dus gevaarlijk afval. Ze moeten daarom worden meegegeven aan de specifieke ophaling van chemisch huishoudelijk afval (vaste of mobiele Groene Plekjes of het gemeentelijk of gewestelijk containerpark). Zo kunnen ze tot 98% worden gerecycleerd. Raadpleeg de website van Net-Brussel voor een lijst met mobiele Groene Plekjes.

Net als andere elektrische toestellen voor huishoudelijk en kantoorgebruik, zenden ontladingslampen elektromagnetische stralen uit. Er is aangetoond dat deze lampen geen risico vormen voor de gezondheid.

De milieu-impact van een ledlamp

Leds zijn samengesteld uit diverse metalen, zoals galium en indium. Dit zijn zeldzame metalen die potentieel gevaarlijk zijn tijdens de winningsfase en waarvan de winning meestal gebeurt onder sociale omstandigheden die kritiek verdienen. De grijze energie van leds is ook hoger dan die van andere lampen, want de productie van de semigeleiders vraagt extra energie. Het Nederlandse onderzoeksbureau CE heeft de levenscyclusanalyse van drie soorten lampen met elkaar vergeleken: de led, de gloeilamp van 40 W en de fluocompactlamp van 8 W (analyse over 100.000 branduren). De levenscyclusanalyse omvat de globale impact op het milieu van de winningsfase van de grondstoffen tot en met de verwerking van de lampen aan het einde van hun levenscyclus. Het onderzoek toonde aan dat ledlampen het beste scoren, gevolg door compacte fluorescentielampen. De klassieke gloeilamp blijft ver achter bij deze twee. Meer weten: Verlichting vergeleken, CE Delft, mei 2006 – www.ce.nl .

Economische aspecten

Kiezen een lamp in functie van het gebruik

Sommige lampen zijn duurder in aankoop dan andere, maar ze kunnen een langere levensduur en/of een betere energie-efficiëntie hebben (zie Materiaalkeuze). Dit kan ze economisch rendabeler maken, afhankelijk van de jaarlijkse gebruiksduur.

Voor lampen met dezelfde verlichtingseigenschappen maar verschillende technologieën zal de rendabiliteit van elke soort van lamp afhangen van het gebruik.

Eigenschappen van de vergeleken lampen

LampHalogeenFluocompactlampLed
Vermogen [W]35 + 20%1510
Stuksprijs [€]3850
Arbeidskosten voor vervanging van de lampen [€]333
Levensduur [uren]2.0008.00030.000

Bron: MATRIciel

De grafieken hierbeneden laten de evolutie van te totaalkost van de lampen in de loop van de tijd zien. De totaalkost omvat de aankoopprijs van de lamp, de vervangingskosten (op basis van de levensduur van de lamp in kwestie) en de kosten voor het elektriciteitsverbruik (hoger naarmate de lamp een groter vermogen heeft).

De terugverdientijd (d.w.z. het economische belang) van de ene lamp in vergelijking met de andere valt op het raakvlak van de curven van drie vergeleken lampen. Een voorbeeld: voor een gebruik van 1.000 uur per jaar is de terugverdientijd van een ledlamp (groene curve) in vergelijking met een halogeenlamp (blauwe curve) 6 jaar. Dit betekent dat er 6 jaar nodig is om dankzij het lagere verbruik de hogere aankoopprijs (en de eventuele vervangingsprijs) van een ledlamp in plaats van een halogeenlamp goed te maken.

Voor lampen die niet vaak worden gebruikt (minder dan een uur per dag of 250h/jaar, grafiek 1), bijvoorbeeld in de badkamer van een eengezinswoning zullen de meer energieverslindende halogeenlampen de meest interessante keuze zijn vanuit een economisch standpunt.  De energiebesparing van ledlampen en fluorescentielampen voor een dergelijk beperkt gebruik zal de oorspronkelijke investering niet kunnen compenseren.

In de hal van een hotel daarentegen, waar de verlichting permanent brandt (grafiek 3), is het economisch zeer interessant om de meest performante technologie op de markt te gebruiken.

Daarom een goed beheer van de brandtijd van de lampen de eerste maatregel is die moet worden genomen om het elektriciteitsverbruik door kunstmatige verlichting tegen te gaan. Het vervangen van "energieverslindende" lampen door "zuinige" lampen, komt op de tweede plaats…

© Leefmilieu Brussel

© Leefmilieu Brussel

© Leefmilieu Brussel

Socio-cultureel aspecten

Variatie van kleuren

De kleur van het kunstmatig licht heeft een directe weerslag op het gevoel van comfort met betrekking tot de verlichting van een ruimte.

De kleur van het licht wordt bepaald door de kleurtemperatuur.

  • Als de kleurtemperatuur lager is dan 3.300 K spreekt men van een warme witte kleur. Dat wil zeggen dat de lamp een geeloranje licht verspreidt.

  • Is de temperatuur hoger dan 5.000 K, dan wordt dat koud wit licht genoemd: een eerder blauwachtige kleur.

  • Een lamp met een temperatuur daar tussenin geeft een neutraal wit licht.

Het gevoel van warmte of koude hangt ook samen met de hoeveelheid licht in de ruimte. Er bestaat een verband tussen de perceptie van de warmte van het licht en het verlichtingsniveau. Het diagram van Kruithof toont een zone (zone B) met een ideaal verlichtingsniveau op basis van de kleurtemperatuur van de lichtbron die wordt gebruikt om de ruimte te verlichten.  Het gebruik van lichtbronnen waarvan de kleurtemperatuur toeneemt, dat wil zeggen dat ze de kleur van daglicht dichter benadert, heeft een gunstige impact op het gevoel van comfort.

© Leefmilieu Brussel

Een andere belangrijke parameter die een lamp kenmerkt, is de kleurweergave-index (CRI). Zo zal de sfeer van de verlichting die door de gebruikers wordt ervaren afhangen van het vermogen van de lichtbron om een onderscheid te maken tussen alle kleuren. 

De kleurweergave-index gaat van 0 tot 100:

  • Het natuurlijk licht dat een zichtbaar spectrum heeft, vertegenwoordigt een CRI van 100.

  • 0 is de afwezigheid van een herkenbare kleur.

Er wordt aangeraden lampen te gebruiken met een CRI van meer dan 90.

Bijgewerkt op 16/01/2019