Terug naar

Beperk de vochtigheid binnen het gebouw

Naast het ongemak dat een hoge relatieve luchtvochtigheid kan veroorzaken, kunnen hierdoor ook schimmels optreden.

Deze vochtigheid kan van meerdere bronnen afkomstig zijn:

  • de constructiematerialen (stukadoorswerk, metselwerk enz.) bevatten vocht dat pas 1 tot 2 jaar na de bouw volledig is verdwenen.
  • De aanwezigen: 40 tot 60 g/u per persoon
  • Activiteiten zoals het klaarmaken van maaltijden (ca. 2 kg waterdamp per dag), douchen, het gebruik van de wasmachine en de droogkast…

Ventilatie

De luchtvochtigheid binnen het gebouw wordt allereerst beheerst dankzij efficiënte hygiënische ventilatie, afgestemd op het aantal gebruikers (zie dossier Het ademcomfort verzekeren).

De vertrekken moeten gedurende de eerste maanden na de bouw goed worden geventileerd om het water af te voeren dat vrijkomt uit beton, pleister en dergelijke. Afhankelijk van de bouwwijze en de eventuele gebreken in de afdichting tijdens de werkzaamheden kan dit tot wel 1 à 2 jaar duren!

Indien nodig kan de verse lucht mechanisch worden gedroogd. Daarbij moet voor een efficiënte regeling worden gezorgd. Dit type oplossing is echter wel bijzonder energieverslindend. De voorkeur gaat dus uit naar de hieronder beschreven oplossingen (zie dossier Een energie-efficiënt ventilatiesysteem ontwerpen).

Opmerking: Andersom kan bij een te droge atmosfeer (een probleem dat zich vaak voordoet bij zeer energiezuinige woningen en passiefhuizen) het comfort worden verbeterd met planten doordat die waterdamp afgeven.

Waterdichtheid

De waterdichtheid van het gebouw wordt gegarandeerd door de gebouwschil. In oude constructies zijn het de dikke muren, de dakbedekking en het beton van de vloer die verhinderen dat het vocht het binnenklimaat aantast. De huidige bouwoplossingen maken evenwel gebruik van de volgende elementen:

  • onderdak onder de bedekking of de gevelbekleding;
  • geventileerde laag of sponning waardoor eventueel vocht in de muren kan wegvloeien;
  • waterdichte coating (film van polyethyleen, visqueen, enz.) of waterafstotend element (cellulair glas, enz.) om het metselwerk in de grond of op bodemniveau/aan de muurvoet te beschermen tegen opstijgend vocht;
  • eventuele drainage op het niveau van de muurvoeten;

Waterdichtheid van de muurvoet

© CSTC NIT 264

Bijschrift

  1. Anticapillaire barrière
  2. Isolerend bouwblok
  3. Membraan met gelaste of gelijmde naden
  4. Eventueel horizontaal membraan
  5. Spouwdrainering
  6. Vochtbestendig isolatiemateriaal
  7. Cementering of luchtdichtheidsmembraan
  8. Akoestische isolatie
  9. Plasticfolie

Waterdichtheid van een deuropening

© CSTC NIT 264

Bijschrift

  1. Deur
  2. Vast onderprofiel
  3. Akoestische isolatie
  4. Plasticfolie
  5. Luchtdichtheidsmembraan
  6. Isolerend bouwblok
  7. Drainering
  8. Lijnafwatering (enkel in de deuropening)
  9. Membraan met gelaste of gelijmde naden

Zie ook : J. Wijnants, C. Arts (2018), Wijnants, C. Arts (2018), TV 264 - Referentiedetails voor spouwmuren, WTCB

Kwaliteit van de bouwmantel

Naast de waterdichtheid van de bouwmantel moet ook worden gezorgd voor een continue isolatie en moeten warmtebruggen worden vermeden.

Bij renovatie is het niet altijd mogelijk warmtebruggen volledig te vermijden. Ze moeten dan worden aangepakt (locatie, dikte en type isolatiemateriaal, keuze en toepassing van een dampwerend of dampremmend membraan in combinatie met het isolatiemateriaal...) om condensatie te vermijden, want daardoor ontstaat op korte of middellange termijn altijd schimmel.

Dit onderwerp wordt diepgaander behandeld in het dossier Transmissieverliezen beperken.

Thermische brug in een vloer

Bron: maison-passive

Vochtinertie

Om condensatie en schimmelgroei te beperken, kan gebruik worden gemaakt van het buffereffect van materialen. Bepaalde materialen (klei, kalkpleister, gipsplaten enz.) kunnen door hun hygroscopische eigenschappen snel grote hoeveelheden waterdamp uit de lucht opnemen. Zo verzachten ze de dampproductiepieken; ze geven de damp weer af wanneer de omgevingslucht droger is. Deze materialen spelen dus een regulerende rol. Let op: de hoeveelheid geabsorbeerd water is beperkt in vergelijking met de hoeveelheid waterdamp die in het gebouw wordt geproduceerd. Er is dus 's winters altijd een beweging van damp van binnen naar buiten.

Badkamer met kleipleister

Bijvoorbeeld:

  • Klei
  • Kalkpleister
  • Gipsplaat
  • Gips- en cellulosevezelplaat
  • Houtvezelplaat
  • enz.

Zie voorziening Vochtinertie

Vochtverwijderingsinstallaties

Lokale vochtverwijdering kan gebeuren door absorptie (de vochtige lucht komt in contact met een hygroscopisch zout dat de vochtigheid opneemt) of door condensatie.

Vochtvreter

Elektrische vochtverwijderaar

Vochtverwijdering kan ook binnen het ventilatiesysteem worden gerealiseerd als er een pulsie- en luchtbehandelingsgroep is (systeem B of D). Zo'n luchtbehandeling vraagt veel energie. Dit systeem moet dus alleen worden gebruikt als het echt nodig is.