De toepasbaarheid en de integratie van de installatie voor het hergebruik van hemelwater in het gebouw verifiëren

Inplanting van de regenwatertank

De keuze van het type van tank hangt af van de lokalisatie: afhankelijk van de configuratie van het gebouw kan men ze ingraven in de omgeving van het project (meestal in de minder dicht bebouwde wijken van de hoofdstad), in een bestaande kelder plaatsen, in de ruwbouw opnemen (in een parkeergarage) of op een zolder installeren. In meer dicht bebouwde zones zal men de tanks vaker opnemen in de bestaande ruwbouw van de gebouwen, aangezien de toegankelijkheidsvereisten geen inplanting van geprefabriceerde betonnen tanks mogelijk maken in de groene zones binnen een blok.

De lokalisatie van het project zal dus bepalend zijn voor de keuze van de mogelijke technieken.

De keuze van de inplanting hangt enerzijds af van de beschikbare ruimte en anderzijds van de optimalisering van het onderhoud van de installatie tijdens de volledige levensduur van het gebouw. De keuze van de inplanting van de tank en haar uitrustingen mag geen beperkingen opleggen aan hun onderhoud:

  • De tank moet toegankelijk zijn voor het onderhoud: mangat van 60x60 cm met erboven een voldoende grote vrije hoogte;
  • De pompen moeten in een lokaal met geluidsisolatie worden geplaatst en mogen niet zonder akoestische onderbreking mechanisch aan de ruwbouw worden bevestigd.
  • Enz.

Een ander belangrijk criterium is de mogelijkheid om de overlaat van de tank aan te sluiten op het collectieve afvoernet (in gevallen waarin infiltratie niet mogelijk is : zie Dossier | Beheer van het regenwater op het perceel) :

  • Het niveau en de lokalisatie van de bestaande riolering:

    Het niveau van de openbare of collectieve riolering bepaalt de minimale hoogte van de overlaat van de tank, opdat het water zonder gebruik van een hefpomp in de riolering zou kunnen lopen. Dit betekent dat de tank soms boven het maaiveld moet worden geplaatst, of dat men toch een hefpomp nodig zal hebben (een oplossing die zoveel mogelijk moet worden vermeden).

  • Aard van de openbare riolering:
    • Het rioolstelsel van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is unitair: afvalwater en hemelwater worden erin gemengd. Men vindt echter gescheiden collectieve netten in nieuwe verkavelingen of in zones zonder riolering.
    • Als er een gescheiden collectief net aanwezig is, kan men het hergebruik (of de tijdelijke opslag in een bekken) van het hemelwater collectief realiseren.
    • In zones die niet op een rioolstelsel aangesloten zijn, kan een tank met een buffervolume het debiet van het geloosde water aanpassen aan het plaatselijke absorptievermogen (infiltratie en oppervlaktewater).
  • Impact van het hergebruik van regenwater op het afvoernet:

    Wanneer men de afvoer van hemelwater naar het collectieve rioolstelsel beperkt, kan het zelfreinigende vermogen van de riolering in het gedrang komen, met een groter risico van verstopping. Men moet daar rekening mee houden wanneer men de netten ontwerpen: verval, diameter, spoelende werking van straatkolken, enz.

In renovatie

Men moet verscheidene punten in gedachten houden:

  • het bestaande afvoernet voor hemelwater: afhankelijk van de positie van de afvoerleidingen voor hemelwater, hun aansluiting op het collectieve afvoernet, enz., kan het potentieel voor het hergebruik van hemelwater veel kleiner zijn en kan de keuze van de plaats van de tank beperkt zijn;
  • de haalbaarheid van de inplanting van een regenwatertank: ofwel in de omgeving (toegankelijkheid voor de installatie van een geprefabriceerde tank, of mogelijkheid om ter plekke een tank te gieten), ofwel in de kelders (beschikbare ruimte).

Integratie van voorzieningen die de kwaliteit van het hemelwater verzekeren

Om de kwaliteit van het hemelwater te garanderen en zoveel mogelijk water op te vangen en te hergebruiken, moet de installatie voor het hergebruik van hemelwater verschillende uitrustingen omvatten:

  • Een of meer filters stroomopwaarts van de tank, om materiaal en grotere deeltjes tegen te houden die de uitrustingen van de tank zouden kunnen beschadigen. Afhankelijk van het gekozen filtertype kunnen de opgevangen hoeveelheden met 10 tot 30% variëren tegenover een maximale opvangcoëfficiënt van 90 tot 95% opvang voor de efficiëntste filters.
  • Een bezinktank stroomopwaarts van de regenwatertank laat het in het hemelwater aanwezige slib (organische deeltjes) bezinken. Haar gebruik zal vooral afhangen van de lokalisatie van het project (een bezinktank is nuttig in de nabijheid van groene zones, in de stadsrand enz.) of van de aard van de oppervlaktebedekking (een bezinktank is onmisbaar bij groendaken).
  • Verschillende uitrustingen maken een goede werking van de tank mogelijk:

    • Een toevoerleiding met een "vertrager". Een toevoer onder het waterpeil van de tank beperkt het binnendringen van insecten, bijvoorbeeld om de vermenigvuldiging van muggen in de tank te voorkomen;
    • Een uitloop met filter beschermt de stroomafwaartse uitrustingen;
    • Een voorziening voor de aanvulling met drinkwater, al dan niet gekoppeld aan de distributiegroep voor niet-drinkbaar water (pomp);
    • Een overlaat met sifon en keerklep;
    • Een afvoer met debietregeling, als de tank voor zowel de retentie als het hergebruik van hemelwater wordt gebruikt;
    • Een aftapvoorziening;
    • Een toegang voor het onderhoud: mangat met deksel.
  • Men kan verschillende uitrustingen voorzien om de kwaliteit van het niet-drinkbare water tijdens de opslag te vrijwaren, tot het naar de verschillende aftappunten in het gebouw wordt verdeeld: een oxygenatie van de tank en een nafilter .

Keuze van het materiaal van het distributienet voor hemelwater om de waterkwaliteit te garanderen

"Metalen leidingen zijn te mijden, aangezien hemelwater zacht is en corrosie van metalen leidingen kan veroorzaken. Op lange termijn en bij een omvangrijk gebruik van hemelwater (voeding van de toiletten, schoonmaak en was) kunnen metalen leidingen worden aangetast en verontreiniging van het water veroorzaken."

(Bron : Leefmilieu Brussel, Gids voor het energetisch en duurzaam ontwerpen van gebouwen voor collectieve huisvesting)

  • Het gebruik van leidingen van kunststof of roestvrij staal is aanbevolen. Polypropyleen (PP), polybutyleen (PB) of polyethyleen (PER) is aanbevolen. Ze hebben een betere milieubalans en beperken het gevaar van de verontreiniging van het water door zware metalen of van het ontstaan van een bacteriële biofilm ten opzichte van andere materialen. Koper is weliswaar interessant om sanitaire redenen, maar sterk afgeraden voor de distributie van hemelwater (te zacht).
  • Om zijn kwaliteit te behouden, mag het water niet te lang warmer zijn dan 25°C ; de koudwaterleidingen moeten dus thermisch geïsoleerd zijn, om verwarming en het risico van de woekering van bacteriën (legionella of andere) tegen te gaan.

De kwaliteit van het opgeslagen water garanderen voor het wordt gebruikt

Hemelwater is enigszins zuur (pH tussen 4 en 6 voor het de tank bereikt). Het contact met beton, kalk of mortel kan de zuurte neutraliseren . In een betonnen of gecementeerde tank doet de reactie tussen het water en het cement kalkverbindingen (calciumhydroxide) ontstaan die de zuurte van het hemelwater zullen neutraliseren: de pH zal naar een neutrale waarde pH 7 evolueren. Ter indicatie, drinkwater heeft een pH van 6,5 tot 9,2.

Het hemelwater moet tijdens de opslag beschermd zijn tegen licht, warmte (maximum 25°C) en vorst. De distributieleidingen moeten dus correct thermisch worden geïsoleerd, om de verwarming van het water en het risico van de woekering van bacteriën (legionella of andere) te voorkomen.

Er bestaan technieken om de waterkwaliteit tijdens de volledige duur van de opslag in stand te houden . Men kan de omgeving bijvoorbeeld oxygeneren, wat de vorming van een bacteriënfilm aan de oppervlakte of in de leidingen belet, of men kan ontsmettingstechnieken gebruiken. Onthoud dat deze technieken de milieubalans van het hergebruik van regenwater aanzienlijk negatief beïnvloeden en dus spaarzaam moeten worden gebruikt.

Afhankelijk van de toepassing voorziet men filters na de hydrofoorgroep en voor het aftappunt, om de toestellen te beschermen en de kwaliteit van het opgeslagen hemelwater te garanderen:

  • Om gisting van het opgeslagen water te voorkomen en de vorming van organische stoffen te beperken, voorziet men een beluchting van de tank door de vrijgave van luchtbellen op de bodem. De beluchting moet worden geregeld om te voorkomen dat ze doorlopend werkt;
  • Om vervuiling van de uitrusting te voorkomen, plaatst men zeeffilters, mechanische filters van 25 µm (micron of micrometer) tot 5 µm na de pomp. De keuze van de filters hangt af van de aard van de toepassing. Voor de meest courante toepassingen raadpleegt men de tabellen in de rubriek over de identificatie van de mogelijke toepassingen. Filters met wasbare patronen genieten de voorkeur;
  • Om de visuele en geurkwaliteit van het hemelwater te garanderen, kan men een nafiltratie met actieve houtskoolfilter, een zandfilter enz. voorzien. De keuze hangt af van de kwaliteit van het verzamelde hemelwater en van de aard van het gebruik (veeleer voor gevoelige uitrustingen: wasmachine, wassen van voertuigen, fabricageprocessen enz.);
  • Om de bacteriologische kwaliteit van het hemelwater te garanderen:
    • filtratie met omgekeerde osmose of met membranen, om niet-drinkbaar water drinkbaar te maken (geen prioriteit);
    • Ontsmetting met UV-filters, om niet-drinkbaar water drinkbaar te maken;
    • Ultrasonen;
    • Eventueel toevoeging van chloorwater aan het hemelwater.

Om de levensduur van de uitrustingen te optimaliseren, plaatst men ze zo dicht mogelijk bij hun aftappunten; men moet bijvoorbeeld niet al het verzamelde water zeer fijn filteren als het wordt gebruikt voor de spoeling van de toiletten, een toepassing waarvoor een grovere filtratie volstaat.

De verschillende componenten van de installatie identificeren

De componenten van de installatie moeten duidelijk worden geïdentificeerd met een uitdrukkelijk opschrift op alle delen van het project:

  • De dakdelen die voor de opvang van hemelwater worden gebruikt;
  • De afvoerleidingen voor hemelwater;
  • De mangaten;
  • De inspectieputten en de tank;
  • De distributieleidingen voor niet-drinkbaar water.

Onderhoud van het systeem

Het onderhoud hangt af van de bestemming van het hemelwater. Voor de besproeiing van de omgeving (tuinregenton) volstaat het dat men nagaat of de watercollector niet verstopt is (op het dak in de dakgoot of de kolk, of in de regenpijp).

Voor huishoudelijk gebruik blijft het belangrijkste aspect de reiniging van de opvangvoorzieningen: dakvlakken, dakgoten, kanalen, regenpijpen. Men moet de filters die het geheel van het hemelwater voor de tank opvangen controleren en reinigen volgens de voorschriften van de fabrikant. De onderhoudsfrequentie hangt af van de kwaliteit van het opgevangen hemelwater (afhankelijk van de omgeving: aanwezigheid van bomen, aard van het oppervlak waarover het water afvloeit: groendaken). Een onderhoud om de 3 tot 4 maanden volstaat. In projecten met weinig vervuld water (op een stedelijke site zonder groendak) volstaat een jaarlijks onderhoud.

Ook de tank moet regelmatig worden onderhouden, afhankelijk van de efficiëntie van de voorfiltratie (filtratie en bezinking): jaarlijks als er geen voorfiltratie is, anders om de 5 tot 10 jaar. Men maakt ze leeg door het slib op de bodem door een tankwagen te laten opzuigen en reinigt de wanden met een borstel of een hogedrukreiniger.