Terug naar

Indeling in energiesectoren

1 Ventilatiezone = Σ Energiesectoren

Indeling van een ventilatiezone in energiesectoren

Indeling van een EPB-eenheid in ventilatiezones

Elke ventilatiezone van de EPW- en EPNeenheden bestaat uit een of meerdere energiesectoren.

Aandacht
Bij conventie kan een energiesector zich niet uitstrekken over verschillende ventilatiezones. Er zijn dus altijd minstens evenveel energiesectoren als ventilatiezones.

Opdat verschillende lokalen van een EPW-eenheid samen een energiesectorzouden vormen, moeten ze:

  • tot eenzelfde ventilatiezone behoren, en
  • met hetzelfde type warmteafgiftesysteem uitgerust zijn, en
  • verwarmd worden met hetzelfde warmteopwekkingstoestel (of desgevallend dezelfde combinatie van warmteopwekkingstoestellen), en
  • desgevallend gekoeld worden met hetzelfde koudeopwekkingstoestel (of desgevallend dezelfde combinatie van koudeopwekkingstoestellen).

Opdat verschillende lokalen van een EPN-eenheid samen een energiesectorzouden vormen, moeten ze:

  • tot dezelfde ventilatiezone behoren, en
  • met hetzelfde verwarmingssysteem en koelsysteem uitgerust zijn, en
  • verwarmd worden door middel van warmteopwekkingstoestellen met hetzelfde opwekkingsrendement (of, desgevallend, door middel van een combinatie van meerdere warmteopwekkingstoestellen die als groep eenzelfde rendement hebben) en dezelfde energiedrager, en
  • desgevallend gekoeld worden door koudeleveranciers met hetzelfde opwekkingsrendement (of een combinatie ervan) en dezelfde energiedrager.
Aandacht

Als er in de EPB-eenheid ruimten voorkomen waarin geen warmteafgiftesysteem is geplaatst, moeten die aan een energiesector van een aangrenzende ruimte worden toegewezen. Als er in die onverwarmde ruimte (bv. een onverwarmde ruimte voor doorgang (gang ...) of afvoer (toilet ...) of berging) geen toevoervoorzieningen van verse buitenlucht aanwezig zijn, maar er wel luchtdoorstroomvoorzieningen vanuit aangrenzende ruimten zijn, moet de onverwarmde ruimte toegewezen worden aan de energiesector (of een van de energiesectoren) die de aangrenzende ruimte omvat(ten) die de lucht aanvoert.

Indien in een ruimte lokale verwarming (bv. elektrische weerstandsverwarming) wordt toegepast en er ook warmteafgifte-elementen van een centraal verwarmingssysteem aanwezig zijn, wordt bij het bepalen van de energieprestatie geen rekening gehouden met het in die ruimte aanwezige centrale verwarmingssysteem: alleen de kenmerken van het lokale systeem worden in aanmerking genomen en er wordt dus een energiesector voor die ruimte gecreëerd. Maar wanneer er open haarden of houtkachels zijn, is het nog steeds het centrale verwarmingssysteem dat in aanmerking wordt genomen en daarom wordt er geen energiesector gecreëerd voor de ruimte die de open haard of houtkachel bevat.

Het verder opdelen van de EPB-eenheid in nog meer energiesectoren dan nodig is toegelaten, maar is niet verplicht. Een groter aantal energiesectoren geeft meestal aanleiding tot meer rekenwerk (noodzaak om extra gegevens in te voeren), maar beïnvloedt het berekend karakteristiek jaarlijks energieverbruik weinig of niet.

De indeling in energiesectoren laat toe de invloed van de diverse deelrendementen correct in te rekenen.

Voorbeeld 1 van indeling van een ventilatiezone van een EPW-eenheid in energiesectoren (doorsnede)

Lokalen verwarmd door dezelfde ketel maar uitgerust met verschillende warmteafgiftesystemen (vloerverwarming en radiatoren) > 2 energiesectoren.

08-P5-image300

Legende

12

1 gebouw

4
1
6
5

2 energiesectoren

8

Radiatoren

9

Vloerverwarming

10

Verwarmingsketel

Bron: Leefmilieu Brussel

Voorbeeld 2 van indeling van een ventilatiezone van een EPW-eenheid in energiesectoren (doorsnede)

Lokalen verwarmd door dezelfde ketel en uitgerust met hetzelfde warmteafgiftesysteem (radiatoren) maar met een extra houtkachel in een van de lokalen > 1 energiesector.

09-P5-image310

Legende

12

1 gebouw

4
1
6
5
8

Radiatoren

11

Houtkachel

10

Verwarmingsketel

Bron: Leefmilieu Brussel

Bijgewerkt op 05/10/2020